Light-Emitting Diode (LED)

led.png
het algemeen gebruikte symbool voor Light-Emitting Diode(LED) in schakelingen, op finimuis.nl is dit symbool ook in gebruik.

Een LED bezit twee aansluitingen welke Anode en Kathode worden genoemd, zie de afbeelding hieronder:
led1.png

ledpol.png
Op de afbeelding hierboven, ziet u een tekening van een universele 5-millimeter LED waarop de aansluitingen en wijze van herkenning duidelijk worden. Voor andere led-uitvoeringen mag u stellen dat de langste aansluiting nagenoeg altijd de Anode is. Twijfel u, raadpleeg een datasheet van de fabrikant omdat een verkeerd om aangesloten led het in principe niet zal overleven.

De led noemt men in het nederlands ook wel lichtuitstralende diode of lichtdiode

Behalve de eigenlijke diode wordt ook het geheel van de halfgeleider met reflector, contactpunten en behuizing/lens (zie de afbeelding hieronder) led of ledje genoemd.
opbouwled.png
Hierboven kunt u op de afbeelding zien uit welke delen een led bestaat, en hoe deze worden genoemd.

Worden verscheidene van zulke leds gecombineerd in een grotere behuizing, dan spreekt men van een ledlamp.
ledlamp.png
Hierboven een afbeelding van een ledlamp.

Geschiedenis van de led:

De Russische wetenschapper Oleg Losev ontdekte reeds halverwege de jaren 1920 dat kristaldetectoren(een vroege vorm van de puntcontactdiode) licht uitstraalden als er stroom doorheen werd gestuurd.
In 1927 publiceerde hij in een Russisch tijdschrift details over wat men zou kunnen beschouwen als de eerste led en vroeg een patent aan.
Losevs werk bleef echter onopgemerkt en hij kwam tijdens het Beleg van Leningrad om.
Daarbij waren de materialen die hij gebruikte niet bijzonder geschikt voor een goede lichtopbrengst en zo duurde het tot 1962 voordat de led echt doorbrak. In dat jaar ontwikkelde Nick Holonyak een werkende led.

Hoe produceert een diode licht?:

werkingled.png
De gaten van de P-type-halfgeleider worden gevormd op de valentieband en liggen dus op een lager energieniveau ten opzichte van de vrije elektronen in de geleidingsband.
Wanneer een vrij elektron uit de geleidingsband in zo'n gat van de valentieband valt, gaat het dus naar een lager energieniveau en verliest daarbij een deel van zijn energie. Tijdens de recombinatie van elektronen en gaten wordt er energie uitgezonden in de vorm van fotonen.
Elke diode produceert licht, maar het verschil in energie tussen de geleidingsband en de valentieband is voor elke materiaal anders. Hoe groter de val, hoe energierijker de fotonen en hoe groter de frequentie, hoe blauwer het licht.
Bij het terugvallen van de elektronen naar hun oorspronkelijke lagere energieniveau wordt het energieverschil omgezet in licht. De kloof tussen de verschillen is bij gewone diodes zo klein dat de uitgezonden energie zo'n lange golflengte heeft dat het licht niet meer zichtbaar is voor het menselijk oog.
Dit infrarood-licht vindt toepassing in allerlei afstandsbedieningen. Bij een led is de terugval van de elektronen groot genoeg om zichtbaar licht uit te zenden.

Kleuren:

De kleur van het opgewekte licht is afhankelijk van de aard van de materialen waaruit de led is opgebouwd, meer specifiek de breedte van de verboden band tussen de valentieband en de geleidingsband.
Dit verklaart ook waardoor een led met een lange golflengte een lagere doorlaatspanning heeft dan een met een korte golflengte, bijvoorbeeld Rood 1,5 Volt en Blauw 3,6 Volt.
Doordat de spanning over de led ook een beetje stijgt bij een grotere stroom zal de kleur iets naar een kortere golflengte opschuiven, een blauwe led zal bij lage stroom meer groenig schijnen en een rode lde wordt(heel even) geel bij zoveel stroom dat hij stuk gaat.
ledvicurve.png
Uit bovenstaande Spanning- Stroom-curve, is op te maken welke spanning een ledkleur in relatie tot de stroom door de led heeft.

gebruikt Materiaal Kleur
Galliumaluminiumarsenide (AlGaAs) Rood , Infrarood
Aluminiumindiumgalliumfosfide (AlInGaP2) diep Rood, Rood, Rood/oranje en Oranje/geel(amber
Galliumarseenfosfide (GaAsP) Rood, Oranje, Geel of Oranje/geel(amber)
Galliumfosfide (GaP) Groen
Galliumnitride (GaN) Blauw , Wit
Siliciumcarbide (SiC) Blauw
Zinkselenide (ZnSe) Blauw
Indiumgalliumnitride (InGaN) Groen , Blauw of Ultraviolet
Diamant (C) Ultraviolet

ledkleur.png
Bbovenstaand een eenvoudige voorstelling van de beschikbare led-kleuren. Er bestaan nog varianten op deze basiskleuren, welke u via specificaties van de fabrikant kunt achterhalen.

Hieronder staat een tabel welke de relatie tussen materiaal , golflengte , kleur en doorlaatspanning weergeeft.
materiaal golflengte kleur doorlaatspanning (bij 20 milliAmére)
AlGaAs 850-940nm Infrarood 1,2 Volt
GaAsP 630 - 660nm Rood 1,8 Volt
GaAsP 605 - 620nm Orange 2,0 Volt
GaAsP 585 - 595nm Geel 2,2 Volt
GaP 505 - 570nm Groen 3,5 Volt
SiC 430 - 505 Blauw 3,6 Volt
GaN 450nm Wit 4,0 Volt
De ontwikkeling van de blauwe led heeft lang op zich laten wachten. Blauwe(en witte) leds gebaseerd op halfgeleidende galliumnitride zijn uitgevonden door Shuji Nakamura.
Pas in de jaren 90 zijn er betaalbare uitvoeringen met een redelijke helderheid op de markt. Sedert 2006 doet de blauwe led nauwelijks onder voor de groene.
Met het beschikbaar komen van de blauwe led is volledige RGB-kleurmenging mogelijk geworden.

Een witte led is een blauwe led met een fluorescerende laag(ten onrechte ook wel fosfor genoemd). De fluorescerende laag zet een gedeelte van het blauwe licht om in geel licht. Het mengsel van blauw en geel licht wordt ervaren als wit licht.

De kleur van de behuizing is niet bepalend voor de kleur die een led uitstraalt. Een transparante behuizing kan immers ook rood, blauw, groen, geel of enig ander monochromatische kleur doorlaten.
led853mm.png
Bovenstaand een afbeelding van witte led's. Links een standaard lucifer(ter vergelijking van de afmetingen), dan een 8-milimeter, 5-millimeter en 3-millimeter uitvoering van de witte led.

De infraroodled:

Vrijwel alle afstandsbedieningen voor elektronische apparatuur zenden hun commando over met behulp van InfraRood-leds. Deze kunnen een relatief hoog vermogen verwerken. Infraroodleds worden ook veel toegepast als geïntegreerde zender in optokoppelaars(optocouplers, welke in een apart hoofdstuk besproken worden), veiligheidscomponenten waarbij de zendende zijde en de ontvangende zijde optisch vast verbonden zijn maar elektrisch onderling deugdelijk geïsoleerd zijn.
InfraRoof-leds kunnen ook toegepast worden als hulpverlichting voor analoge en digitale video-camera's met "nachtopname" aangezien de hiervoor toegepaste "CCD-sensor" ook gevoelig is voor de golflengte van een InfraRood-led.
Tip: bovenstaande eigenschap kan ook gebruikt worden om te controleren of een afstandsbediening nog werkt, bij kijken door een elektronische zoeker van video- of fotocamera moet het licht te zien zijn, welke de InfraRood-led uitstraalt.
Hierboven zijn leds behandeld, welke allemaal één kleur omvatten, er bestaan echter ook meerkleuren leds.
Ook bestaan er tweekleurenleds. Dit zijn normale ledbehuizingen waarin echter twee leds zijn geïntegreerd die een verschillende kleur, veelal rood en groen, hebben. Door beide kleuren te laten oplichten ontstaat geel.
Tweekleurenleds kunnen twee of drie aansluitingen hebben.
Hieronder een afbeelding van tweekleurenled met drie aansluitingen
lt285.png
Bovenstaand een afbeelding van de tweekleuren led, waarvan door hier te klikken u de de datasheet te zien krijgt. Bekijk altijd de datasheet van een twee- of meerkleurenled voor specifieke informatie.

Een tweekleurenled welke twee aansluitingen heeft, wordt ook wel heen-en-weerled genoemd, de kleur verandert door de polariteit van de stroom om te keren. Door de led op wisselstroom aan te sluiten ontstaat een mengkleur.

Via een tweekleurenled, welke drieaansluitingen heeft kan elke mengkleur van rood en geel gemaakt worden door de stroom door de twee leds apart te regelen(sturen).

Ook zijn er leds met meer dan twee kleuren op de markt, waaronder de full-colour RGB-led, een ledbehuizing die een rode, een groene en één (soms twee) blauwe leds bevat (RGB=Rood Groen Blauw).
Met deze drie primaire kleuren van het additieve kleurensysteem kunnen alle kleuren van het spectrum worden samengesteld.
Zulke leds worden onder andere toegepast in grote lichtkranten en beeldschermen en in bepaalde designmeubelen.
Door het monochromatische(enkelkleur) karakter van de individuele leds is de kleurweergave van tot wit licht gemengde RGB-leds echter tamelijk slecht, vooral gele pigmenten zien er door het ontbreken van golflengtes in het gele gebied onnatuurlijk uit.
Om dit te ondervangen zijn er ook RGBA-leds waarbij nog een gele ("amber") led is toegevoegd.
rgbled.png
Voorbeeld van een rgb led. Merk op dat deze led 4 aansluitdraden heeft, zie onderstaande afbeelding voor een verduidelijking.
rgbled1.png
Bovenstaande afbeelding, geeft u een weergave van hoe een RGB-led ingezet kan worden, en hoe in dit geval de vier aansluitingen herkenbaar zijn. Ook hier is van toepassing RAADPLEEG altijd de datasheet van het component bij twijfel.

In bovenstaande tekening, kunt u zien dat er voor ieder van de drie anode-aansluitingen een weerstand (R1,R2 en R3) geplaatst is. Deze weerstanden worden serie-weerstanden genoemd en beperken de stroom welke door de desbetreffende led mag lopen.
Het hoe en waarom van serie-weerstanden zal u verderop duidelijk worden uitgelegd.

Het Energieverbruik:

Monochromatische(enkelkleurige) leds hebben meestal een aanzienlijke energie-efficiëntie en slijten nauwelijks door gebruik.
Er bestaan diverse gangbare formaten, variërend van 1,8 mm tot 20 mm, waarvan 3 en 5 mm de gangbaarste zijn. Ze kunnen door pootjes of aansluitcontacten op een printplaat worden vastgesoldeerd of met behulp van Surface Mounting Device-techniek (SMD) direct op de printplaat gemonteerd worden.
leduitvoeringen.png
Voorbeeld van veel gebruikte uitvoeringen van enkelkleurige leds.
ledopmb.png
Op bovenstaande afbeelding ziet u (binnen de rode cirkel) led in Surface Mounting Device (SMD) uitvoering, welke op nagenoeg ieder moederbord in een computer voorkomt.

Optische eigenschappen:

leds worden gefabriceerd met verschillendee lichtsterkten. De lichtsterkte worde uitgedrukt in de eenheid Candela. Voor de beeldvorming een gewone gloeilamp van 100 Watt, heeft een lichtsterkte van 120 Candela.
voor ledlampen gebruikt men voor de lichtsterkte een verkleiningsfactor van 1000, waardoor het in milliCandela (mcd) staat vermeld.
Door de halfgeleiderconstructie van een led wordt het uitgezonden licht al enigszins gebundeld. Deze bundeling wordt doelbewust vergroot door het kristal in een reflector te monteren om met een kleinere openingshoek een grotere lichtintensiteit te bereiken.
De allerfelste leds (anno 2005: meer dan 20 candela ofwel 20.000 millicandela) hebben een zeer smalle openingshoek (minder dan 20 graden).
Een omrekenvoorbeeld: een led van 25000 millicandela met en openingshoek van 2020 graden straalt een hoeveelheid licht uit van ongeveer 2,4 Lumen (lm).
Ter vergelijking: een 100W-gloeilamp haalt ongeveer 1200 lumen. Dus om een 100W-gloeilamp te vervangen zijn 1200 / 2,4 = 500 leds nodig.
Afhankelijk van de toepassing kan de behuizing mat, gekleurd transparant of helder transparant worden gekozen.
Een matte led licht door een grote openingshoek als geheel vrij gelijkmatig op en is daarmee geschikt als indicatorlampje.
openingshoek.png
Voorbeeld van openingshoeken van leds, hoe kleiner de hoek hoe feller de lichtopbrengst.

Toepassingen:

Leds hebben in eerste instantie schaalverlichtingslampjes en controlelampjes vervangen.
Door een ontwikkeling die rond het jaar 2000 plaatsvond, kunnen nu ook leds worden geproduceerd met een zeer hoge helderheid, zogenaamde hogehelderheidsleds.
Hierdoor zijn deze halfgeleiders nu gestaag in opmars om gloeilampen, bijvoorbeeld in verkeerslichten en waarschuwingslichten bij overwegen, te vervangen.
Door hun veel langere levensduur, grote (mechanische) schokbestendigheid, veel geringere energiebehoefte en daardoor veel minder warmte-ontwikkeling zijn zij een goedkoop en milieuvriendelijk alternatief.
Nieuwere typen zijn in opmars ter vervanging van halogeenlampen. Ze verbruiken in verhouding minder energie, en zijn niet veel duurder.
ledauto.png
Voorbeeld van led toepassing, in de achterlichen van een auto. Omdat leds lang mee gaan en schokbestendig zijn.
ledverkeer.png
Voorbeeld van leds in het verkeer, zeer betrouwbaar en minder uitval.

Het gebruiken van leds, de elektrische eigenschappen:

Omdat leds zeer betrouwbare indicatoren zijn, worden ze vaak in elektronische schakelingen gebruikt.
In elektronisch opzicht zijn leds en andere halfgeleiderdiodes interessante componenten omdat er een nagenoeg constante spanningsval over de aansluitingen optreedt, anders dan bij ohmse weerstanden.
Een InfraRood-led gedraagt zich bijvoorbeeld als een superieure zenerdiode van ± 1,1 Volt.

LET OP:

sluit een led NOOIT rechtstreeks aan op een batterij of voedingseenheid, er dient altijd een stroombegrenzer ingezet te worden.
vaak worden er als stroombegrenzer een weerstand of transistor toegepast, omdat een led in feite een diode is. Over de led zal een spanning vallen, afhankelijk van het type led zo'n 1,1 Volt voor InfraRode leds tot wel 3,5 Volt bij witte en blauwe leds.
De standaardstroom door een led is 20 milliAmpére continu, maar de meeste leds kunnen 10 - 30 milliAmpére verwerken.
Het is overigens heel goed mogelijk om pulsvormige stromen tot wel 1 Ampére te gebruiken als de gemiddelde stroom maar binnen de veilige grenzen blijft. In het geval van constante gelijkstroom laat de grootte van de stroombegrenzende weerstand zich volgens de wet van Ohm als volgt berekenen(zie onderstaande tekening).

rvoorschakled.png
Op afbeelding hierboven omvatten VF de doorlaatspanning van de led en IF de stroom door de led.
Indien bovengenoemde waarden onbekend zijn, kunt u deze doorgaans uit de datasheet van de fabrikant halen.
Voor de doorlaatspanning VF , kunt u ook de tabel(in het deel KLEUREN:) gebruiken of grofweg 2 Volt voor de rood, geel en groene leds en 4 Volt voor de blauwe en witte leds hanteren.
Via de aangegeven formule, kunt u de waarde van weerstand R eenvoudig berekenen.
We vullen de waarden voor een standaard Rode led voor stroom door led = 20 milliAmpére in, doorlaatspanning = 1,8 Volt en voedingsspanning = 5 Volt welke volgens de formule de volgende weerstandswaarde zal opleveren:
5 - 1,8 = 3,2 / 0,02 = 160 Ohm, u kunt via de beschikbare E-reeksen een weerstand met exact deze waarde samenstellen. Echter kunt u ook een standaard weerstand uit de E-12 reeks gebruiken, omdat 160 Ohm niet in deze reeks bestaat en de waarde welke hierbij het dichtst in de buurt komt 150 Ohm voor een hogere stroom(ongeveer 21,4 milliAmpére) door de led zorgt is het raadzaam om een waarde van 180 Ohm te nemen. Hierdoor loopt er iets minder dan ongeveer 17,7 milliAmpére stroom door de led, hetgeen altijd veilig is
Zonder serieweerstand kan een led aangestuurd worden door gebruik te maken van stroomsturing met een stroombron, zoals bijvoorbeeld een Widlar-stroombron(dus geen spanningsbron). Deze levert een stabiele stroom die door de led zal vloeien. De serieregelaar(transistor of fet) in de stroombron vervangt de serieweerstand en dissipeert(verbruikt een "nutteloos" vermogen) het serievermogen.
Voor meer informatie over Widlar-stroombron, kunt u hier klikken, voor de engelstalige Wikipedia site.

In het merendeeel van de elektronische schakelingen, waarin led(s) toegepast worden ziet u vaak eerst een weerstand en dan de led(s) dit is echter geen vereiste. Wanneer het u om wat voor reden ook beter uitkomt, kan de weerstand op verschillende plaatsen worden geplaatst. Het is belangrijk dat per led-stroomlijn er een weerstand geplaatst is, zie de tekening hieronder.
ledserier.png
Zoals u hierboven kunt zien maakt de plek van de weerstand niet uit, de waarde wel met name bij gebruik van meerdere leds in serie en/of parallel-schakeling.

Het gebruiken van meerdere leds in serie-geschakeld:

Op de afbeelding hieronder ziet drie leds in serie-geschakeld, voorafgegaan door een serie-weerstand.
3ledserie.png

Om nu de waarde van de serieweerstand(R) te kunnen berekenen, moeten we rekening houden met welke kleur en/of soort led, de voedingsspanning en de maximaal gewenste stroom door de kring.
Als voorbeeld maken we gebruik van drie standaard rode leds met een doorsnede van 5 millimeter.
Volgens de datasheet van de fabrikant, is de doorlaatspanning (VF) 2,0 Volt en de maximale stroom door de led (IF) mag 30 milliAmpére bedragen.
Als eerste gaan we bekijken, welke voedingsspanning we minimaal nodig hebben, zoals u eerder heeft kunnen zien verdeelt de totale voedingsspanning zich over de keten. In dit geval over de drie leds en de weerstand
Voor de drie leds in serie-geschakeld is minimaal 3 x 2,0 = 6 Volt nodig, daarbij komt nog een spanningval over de weerstand, veiligheidshalve moet deze spanningsval minimaal 2,0 Volt zijn. In principe kunt u met een voedingsspanning van 8 Volt uit de voeten. Om het relatief standaard te houden gaan we een voedingsspanning van 9 Volt toepassen.
De spanningsval over de weerstand(R) gaat dus 3 Volt bedragen.
Wellicht ten overvloede, in een serieschakeling loopt in de gehele kring een gelijke stroom en verdeeld de spanningzich.
U kunt de maximale stroomsterkte welke door de leds mag lopen gebruiken, echter wanneer er maar een kleine verhoging van de stroomsterkte optreedt, zullen de leds het begeven. Om die reden hanteren we 20 milliAmpére als stroom door de kring.
Volgens de wet van Ohm, kunnen we de waarde van de serie-weerstand bepalen: 3 Volt / 0,002 Ampére = 150 Ohm.
Wanneer u een serieweerstand van 150 Ohm uit de E12-reeks inzet zal deze seriekring met drie leds netjes en stabiel werken.

Nu gaan we bovenstaande serie-schakeling van leds uitvoeren met een Rode, Witte en een Gele led.
Voor de drie leds in serie-geschakeld is minimaal 2,0 + 3,1 + 2,1 = x 2,0 = 7,2 Volt nodig, daarbij komt nog een spanningval over de weerstand, veiligheidshalve moet deze spanningsval minimaal 2,0 Volt zijn. In principe kunt u met een voedingsspanning van 9,2 Volt uit de voeten. Om het relatief standaard te houden gaan we een voedingsspanning van 9,5 Volt toepassen.
De spanningsval over de weerstand(R) gaat dus 2,3 Volt bedragen.
U kunt de maximale stroomsterkte welke door de leds mag lopen gebruiken, echter wanneer er maar een kleine verhoging van de stroomsterkte optreedt, zullen de leds het begeven. Om die reden hanteren we 20 milliAmpére als stroom door de kring.
Volgens de wet van Ohm, kunnen we de waarde van de serie-weerstand bepalen: 2,33 Volt / 0,02 Ampére = 115 Ohm.
U kunt een serieweerstand van 115 Ohm gaan samenstellen, of u neemt 120 Ohm uit de E12-reeks. Waardoor er iets minder stroom zal lopen, maar de kans op defect raken van de leds kleiner is.

Het gebruiken van meerdere leds parallel-geschakeld:

Op de afbeelding hieronder ziet twee leds parallel-geschakeld, voorafgegaan door een serie-weerstand.
ledparfout.png

De hierboven getoonde wijze van parallel-schakelen is voor leds STERK AF TE RADEN.

Wanneer u meerdere leds parallel gaat schakelen en via één serie-weerstand gaat voeden, is de kans wel zeer groot dat er iets fout gaat doordat er in één led een te grote stroom gaat lopen.
in de praktijk zijn leds namelijk niet allemaal gelijk, ook al koopt u deze tegelijk. Door toleranties tijdens de produktie komen er leds uit dezelfde serie(of produktie-run) van de band met doorlaatspanningen die lager of hoger zijn, wat dus ook in de specificaties aangegeven is.
Worden nu de parallel-geschakelde leds via één serie-weerstand gevoedt, en heeft u de pech dat er ééntje tussen zit met een doorlaatspanning van bijvoorbeeld 1,8 Volt terwijl de andere in de buurt zit van 2,2 Volt.
De kans is dan zeer groot dat de led met een doorlaatspanning van 1,8 Volt maar een kort leven heeft, omdat juist door die led een te grote stroom gaat lopen.
En dat zal een led niet echt lang vol kunnen houden.

Naar aanleiding van bovenstaande kunnen er twee dingen met deze parallel-schakeling gebeuren:

Ten eerste: de led gaat een onderbreking in de kring veroorzaken. Hierdoor zal de overige parallel-geschakelde led of leds plotseling een grotere spanning krijgen te verwerken, omdat de spanningsval over de serie-weerstand plotseling lager is doordat er minder stroom afgenomen zal worden. Het effect zal nu zijn dat de overige led(s) een hogere stroom te verwerken krijgen, dan waarvoor de serie-weerstand is berekend. Dit heeft een kettingreactie tot gevolg, alle overige parallel-staande leds zullen het 100% één voor één begeven.
Stel dat één van de defect rakende led(s) dan ook nog een kortsluiting in plaats van een onderbreking te weeg brengt, dan zal de serie-weerstand 100% zeker verbranden vanwege de enorme warmte welke de weerstand moet gaan verwereken.

Ten tweede: de led veroorzaakt direct een kortsluiting en geen onderbreking. Hierdoor krijgt de overige led(s) geen spanning, maar er zal dan plotseling een zeer grote stroom door de serie-weerstand gaan lopen. De kans dat dan de serie-weerstand uit de schakeling zal branden is erg groot.

Vanwege twee bovenstaande effecten, is het raadzaam om bij parallel-schakelen van leds per led een serie-weerstand toe te passen. Zie onderstaande tekening:

ledpargoed.png
Omdat u voor iedere parallel-geschakelde led een serie-weerstand plaatst, neemt de totale stroomopname toe. Uitgaande van 20 milliAmpére per led, nemen 2 parallel geschakelde leds in totaal 40 milliAmpére stroom op. Bij een led-balk van 16 leds parallel geschakeld is dit 320 milliAmpére. Daarbij komt nog dat u 16 serie-weerstanden moet gaan inzetten. Deze wijze van schakelen is oke, maar zeer ongunstig aangaande stroomverbruik en ruimte.

Om bovenstaande reden, is het veel verstandiger om bij inzet van meerdere leds een combinate van serie- en parallel-schakelen toe te passen. Hierdoor blijft de stroomopname relatief laag, en zijn minder serie-weerstanden nodig.
Op een voedingsspanning van 12 Volt, kunt u 5 standaard rode leds in serie aansluiten, welke dan gezamelijk ongeveer 20 milliAmpére stroom opnemen.
Plaatst u nu 16 maal 5 in serie-geschakelde leds parallel aan elkaar, zal de totale stroomopname ongeveer 320 milliAmpére zijn. Op deze wijze kunt u dus 80 leds inzetten, bij dezelfde stroomopname als 16 leds enkel in serie, waarbij de spanning gewoon 12 Volt blijft en geen 34 Volt welke u voor de 16 rode leds in serie nodig heeft (uitgaande van een doorlaatspanning van 2 Volt per led en 2 Volt spanningsval over de serie-weerstand.
80leds.png
Zoals u op bovenstaande afbeelding kunt zien, is er voor de stroomopname uitgegaan van 20 milliAmpére per reeks serie-geschakelde leds.
Deze stroomopname, kan lager zijn waardoor de totale stroomopname ook lager zal zijn. Wellicht is daardoor nog een extra reeks leds inzetbaar.
Conclusie, hanteer vooraf de wet van Ohm en bekijk de datasheet van de gebruikte componenten.

Laatste update : 25 november 2014

Terug naar de Diode en dergelijke pagina
Terug naar Component informatie
Terug naar Startpagina
Email aan Finimuis.nl