Schakeling is geplaatst op 24 september 2007
(brug)versterker van maximaal 100W.
Deze schakeling is bedoeld voor het versterken van laagfrekwente-signalen, welke meestal door een audio-installatie worden geleverd. In principe zijn er legio eindversterkers voor dit doel, beschikbaar. Wanneer u echter een relatief grote zaal van audio-geluid wilt gaan voorzien, is een relatief hoog vermogen een uitkomst. Over het algemeen worden eindversterkers van een redelijk vermogen, in relatief behoorlijke behuizingen uitgevoerd, en worden componenten met grote afmetingen gebruikt. Deze schakeling is vanwege het feit dat er een 'driver-trap'-Integrated Circuit gebruikt wordt aanzienlijk kleiner en lichter van uitvoering. Het gebruikte Integrated Circuit is een LM391 van National Semiconductor, het gebruik van dit Integrated Circuit stelt u in staat om de eindtransistoren (T1,T4,T5 en T8) uit een breed scala te kiezen waarbij u toch kunt genieten van de voordelen welke het gebruik geïntegreerde schakelingen met zich mee brengt. Deze schakeling levert met zijn compacte afmeting een complete 100 W-MONO-brugversterker of een stereo-eindversterker van 2 x 50 W.De schakeling omvat in feite een dubbele eindversterker. De condensatoren (C1,C2,C10,C14,C27,C28,C24 en C16)dienen ter ontkoppeling van de voedingsspanning. De vier dioden(D1,D2,D3 en D4) zijn zogenaamde "clamping"-dioden waarmee voorkomen wordt dat de uitgangsspanning de waarde van de voedingsspanning overtreft bij een inductieve belasting en daardoor schade aan de eindtransistoren aanbrengt. Capacitieve belastingen kunnen in versterkers aanleiding geven tot "overshoot" en "ringing" van de blokgolf-weergave, vandaar dat er in het uitgangssircuit een parallelschakeling is opgenomen van een weerstand en een luchtspoel (R9,L1 en R28,L2) waarmee dit effect wordt bestreden. De manier waarop u zelf deze twee luchtspoelen kunt wikkelen staat beschreven in de componentenlijst. Zoals uit de inleiding blijkt, kunt u met deze schakeling een (brug)versterker van 100 Watt MONO, realiseren. Als eerste dient u hiervoor de TULPPLUG IN_L te voorzien van een doorverbingen tussen signaal en massa. Daarnaast dient weerstand (R22) te worden geplaatst. Ik heb gekozen voor een tweetal soldeerpunten (R22_1 en R22_2) waardoor u deze weerstand eenvoudig kunt verwijderen, wanneer u een stereo-eindversterker van 2 x 50 Watt wilt gebruiken dient ook de doorverbinding in de TULPPLUG IN_L te worden verwijderd. In de printlayout, zijn de aansluitingen van weerstand (R22) in het GRIJS weergegeven. Wanneer u R22 plaatst, heeft u bewerksteligd dat de uitgangsspanningen van de beide versterkers 180º ten opzichte van elkaar in fase zijn verschoven. De luidspreker wordt in dit geval dan ook tussen de "hete"-uitgangsklemmen van de beide eindtrappen geschakeld en niet tussen de uitgang en massa. De luidspreker is in het schema afgebeeld als LS3 en dient een type van 8 Ohm te zijn. Wanneer u een 4 Ohm uitvoering gebruikt, zal in deze eindtransistor-configuratie vroegtijdig de stroombegrenzing in werking treden. Indien u de eindversterker in de 2 x 50 Watt uitvoering gebruikt, mogen de luidsprekers (LS1 en LS2) WEL uitvoeringen van 4 Ohm zijn. Zoals uit het schema blijkt, worden de luidsprekers dan tussen de uitgang en massa aangesloten. De ruststroom van de schakeling mag tussen 50 en 100 mAmpére liggen. Het is verstandig om tijdens het monteren van de componenten de beide instelpotmeters (P1 en P2) geheel linksom te draaien. Mocht plotseling de voedingsspanning ingeschakeld worden, dan zal er geen al te grote ruststroom door de eindtrap gaan lopen. Mocht dit namelijk wel gebeuren, dan is de kans groot dat de eindtransistoren "sneuvelen" hetgeen extra kosten met zich mee zal brengen. De beste methode om de ruststroom in te stellen, is het meten (met een universeelmeter) van de totaalstroom van de versterker ZONDER dat er een stuursignaal aangesloten is. U neemt hiervoor de universeelmeter (bereik is 100 mAmpére) op in de plus- of min-leiding van de schakeling en u regelt de instelpot af op 50 à 100 mAmpère. Wanneer (R22) aangebracht is (brugversterker) dan kunt u deze het beste 'tijdelijk' verwijderen om de ruststroom in beide trappen goed in te stellen, op de eerder beschreven wijze. De voeding van de schakeling is een symetrische-voeding. Deze voeding hoeft niet te worden gestabiliseerd en de spanning mag tussen 15.....30 Volt liggen. Het spreekt voor zich, dat een lagere spanning dan 30 Volt een lager uitgangsvermogen geeft. In de printlayout heb ik de eindtransistoren (T1,T4,T5 en T8) rechtstreeks op de print geplaatst om tekentechnische redenen. Het moge voor zich spreken, dat bij dit soort eindvermogens de eindtransistoren op een voldoende groot koelblok moeten worden bevestigd. Het meest handige is een koelblok te nemen waarbij de eindtransistoren naast elkaar kunnen worden geplaatst. Zorg er wel voor dat de eindtransistoren volledig geïsoleerd ten opzichte van elkaar en het koelblok worden gemonteerd. Het koelblok zelf dient u te verbinden met massa. Tenslotte nog de opmerking dat de verbindingsdraden tussen de eindtransistoren en de print, zo kort mogelijk moeten zijn en een van een dikke uitvoering. OPMERKING: wees bij de bouw en afregeling van deze schakeling voorzichtig en zorg voor een goede isolatie en deugdelijke behuizing, omdat op delen van de schakeling de levensgevaarlijke spanning van 220V~ staat.
0396.jpg
Klik op afbeeldingen om hele schakeling te zien.


layout.gif
Afbeelding geeft componentenzijde weer, rode lijnen zijn de printbanen aan de soldeerzijde (In de layout staan staan vierkante soldeervlakken, verbonden met een lichtgroene lijn. Deze lijn geeft een doorverbinding aan, welke aan de componentenzijde van de print gelegd moet worden).

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster