Schakeling is geplaatst op 18 augustus 2007
Halogeenlamp regelaar.
Bij toepassing van een laagspanning voor verlichtingsdoeleinden is het mogelijk de stroom naar en van de lamp zonder gevaar door ongeïsoleerde leidingen te laten lopen, bijvoorbeeld de metalen ophangbeugel van een verlichtings-armatuur of door een niet noodzakelijk te isoleren spanningsrail-systeem. Puur electronisch gezien biedt het gebruik van laagspanning voor een geregelde verlichting zowel voordelen als nadelen. Het belangrijkste voordeel is de al genoemde veiligheid. Een tweede voordeel is de afwezigheid in het lichtnet van de door de lichtregelaar opgewekte stoorpulsen, waardoor lichtregelingen middels tyristoren danwel triac's nogal berucht zijn. Het grootste nadeel van laagspanning is de relatief forse transformator welke gebruikt moet worden, en welke vanwege de veiligheid ook gescheiden primaire en secundaire wikkeling moet bezitten. Deze schakeling omvat een luxe laagspanningslichtregelaar. Deze regelaar bestaat in feite uit een spanningsversterker. Het rechter gedeelte van de schakeling is feitelijk een schakelende spanningsregelaar waarbij de regeltransistor uit een darlington-configuratie (transistoren T2 en T3) bestaat. Het linkergedeelte van de schakeling omvat een op ca. 1 Hz oscillerende klokgenerator (poorten IC1a,IC1b,IC1d). De pulsen van de klokgenerator gaan via poort (IC1c) naar het zestien-teller Integrated Circuit (IC2). De klokpulsen zullen alleen op de teller aankomen, wanneer schakelaar S1 of S2 ingedrukt wordt, omdat alleen dan de uitgang van poort (IC1c) HOOG is en poort (IC1d) NIET geblokkeerd is. De gemiddelde uitgangsspanning van de regelaar is het hoogst (waarbij de lamp het meeste licht opbrengt) wanneer de teller in de 0000-positie staat. Wanneer de teller in de 1111-positie staat is de lichtopbrengst van de lamp het laagst. De feitelijke bouw: In plaats van de aangegeven waarde van condensator C4, kan ook een type met als waarde 470 nF worden gebruikt. Het resultaat is dan dat de klokoscillator sneller gaat oscilleren, waardoor het regelbereik van de regelaar sneller wordt doorlopen. De regeltransistor (T3) moet op een koelplaat gemonteerd worden, omdat deze aardig wat warmte zal dissiperen. Ook zal transistor (T2) voorzien moeten worden van een koelvin. Voor de halogeenlamp (LA) kunt u een H4-type 12 Volt/45 Watt nemen (deze worden ook veel in auto's gebruikt). De schakeling heeft twee afregelpunten, namelijk de instelpotmeters (P1 en P2). Instelpot (P1) is voor het instellen van de nulpuntsinstelling. Instelpot (P2) is voor het instellen van het gehele regelbereik. De beide potmeters moeten dusdanig ingesteld worden dat het voledige regelbereik van VOLLEDIG UIT tot VOLLEDIG AAN in zestien-stappen bereikt wordt. Het verloop van de stappen is goed de zien aan de helderheid van de lamp(LA). Eventueel kunt u een universeel-meter over de lamp aansluiten, om de stappen nog duidelijker aan te geven. De regelaar moet zodanig ingesteld worden dat deze bij VOLLEDIG UIT of VOLLEDIG AAN niet oscilleert. In de overige stappen moet hij wel oscilleren en wel op een frequentie van ongeveer 4 kHz. Van deze wetenschap kunt u tijdens het afregelen gebruik maken, namelijk door het oscilleren hoorbaar te maken via een hoofdtelefoon welke u 'over' weerstand (R19) plaatst.
0394.jpg
Klik op afbeeldingen om hele schakeling te zien.

0394a.jpg
Klik op de afbeelding, voor mogelijke ideën voor de fysieke uitvoering.


layout.gif
Afbeelding geeft componentenzijde weer, rode lijnen zijn de printbanen aan de soldeerzijde (In de layout staan staan vierkante soldeervlakken, verbonden met een lichtgroene lijn. Deze lijn geeft een doorverbinding aan, welke aan de componentenzijde van de print gelegd moet worden).

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster