Schakeling is geplaatst op 22 januari 2007
Automatische CV-regelaar.
Het 'verdraaien' van een Centrale Verwarming-thermostaat is een handeling, welke zich niet eenvoudig laat automatiseren omdat er overmijdelijke mechanische-problemen zullen optreden. Deze Automatische CV-regelaar maakt daarom ook gebruik van twee thermostaten. Eén thermosstaat staat mechanisch ingesteld op de gewenste "nachttemperatuur", en bedient in de nachtelijke uren de gasklep van de CV-installatie. Overdag wordt de functie van de nachtthermostaat overgenomen door een tweede thermostaat. Deze tweede thermostaat staat ingesteld op de gewenste dagtemperatuur. Om nu automatisch te schakelen tussen DAG- en NACHT-temperatuur, volstaat het om de nacht- danwel de dag-thermostaat te benutten. Het leeuwendeel van de schakeling omvat het timer-gedeelte, welke als volgt is opgebouwd: Op de aansluitpunten IN1 en IN2 wordt een spanning van 24 Volt / 50 Hertz aangesloten, welke direct vanuit uw CV-installatie kan worden afgenomen. Op de aansluitpunten GK1 en GK2 moet de gasklep van de CV-installatie aangesloten worden. U ziet een tweetal 'Jumpers' (JP1 en JP2) in het schema, deze maken het mogelijk om de 24 Volt voeding rechtstreeks aan de schakeling toe te voegen. De reden hiervan is dat in sommige situatie het tussenvoegen van de 'Automatische CV-regelaar', het constant aangetrokken blijven van de gasklep en/of brommen van de gasklep kan veroorzaken. U zorgt er normaal gesproken voor dat JP1 gesloten en JP2 open zijn. Mocht zich nu een bromtoon van de gasklep voordoen of deze continu aangetrokken blijven, dan opent u JP1 en zet u JP2 dicht. Het systeem moet nu gewoon functioneren, zonder problemen. Op de aansluitpunten TH1 en TH1' sluit u thermostaat 1 aan en op TH2 en Th2' komt thermostaat 2. Het 50 Hertz referentie-signaal wordt aangeboden op de impulsvormer welke is opgebouwd rond de poorten IC1E en IC1F. Deze impulsvormer maakt een keurig klok-signaal, welke de sturing van de deler welke is opgebouwd rondom Integrated Circuit (IC5 en IC6) verzorgt. Deze deler zorgt er voor dat het klok-signaal door 180000 gedeeld wordt. Het gevolg hiervan is dat er op de uitgang van poort IC3B éénmaal per uur een puls beschikbaar komt. Één uur omvat namelijk 60x60x50=180000 netperioden. De opgewekte uurpuls wordt als kloksignaal gebruikt voor het 24-uurs schuifregister welke bestaat uit de Integrated Circuit (IC7, IC8 en IC9). Na 24 uurpulsen, zal het schuifregister door de monoflop opgebouwd rond de poorten IC2A en IC4A gereset, waarna de cyclus keurig opnieuw begint. Diverse uitgangen van het schuifregister worden met behulp van een tweetal DIP-schakelaars (S4 en S5) verbonden met de SET- en RESET-ingang van een flipflop (IC4C en IC4D). Met schakelaar S4 en S5 kunnen de schakeltijden van de flipflop worden ingesteld. Wanneer de schakeling met behulp van RESET-schakelaar (S1) gereset wordt om bijvoorbeeld 18:00 uur, kan met S4(1) t/m S4(8) een tijdstip tussen 20:00 uur en ongeveer 02:30 ingesteld worden en met S5(1) t/m S5(8) tussen ongeveer 03:00 uur en ongeveer 09:00 uur. De 'halfuurpuls' wordt apart uit de delerschakeling verkregen. U kunt natuurlijk andere tijden instellen, door de schakeling op een ander tijdstip via S1 te resetten, of door andere schuifregister-uitgangen te gebruiken. De eerder genoemde flipflop, is ook handmatig te bedienen middels drukknoppen S2 en S3. De status van de flipflop, wordt gebruikt om te de tweede thermoststaat te sturen. Zoals uit het schema blijkt, wordt thermostaat 2 (dagthermostaat) In- en UIT-geschakeld via een Triac (TRI). Om de stuurstroom van de Triac zo klein mogelijk te houden wordt deze via transistor(T2) vanuit een generator-schakeling (poorten IC1C, IC1D en IC2D) gestuurd. Deze generator wekt een 4 Khz signaal met een duty-cycle van ongeveer 10% op. De generator wordt in- en uit-geschakeld door de flipflop (poorten IC4C en IC4D). In serie met de nachtthermostaat is de antiparallel-schakeling van (D1 en D2) opgenomen, deze staat er garant voor dat altijd het 50 Hertz referentiesignaal beschikbaar is. De schakeling is dusdanig ontworpen dat het geheel op de plek van de originele thermostaat (vaak in de hal/kamer) aangesloten kan worden. Dit brengt echter een voedingsprobleem met zich mee. Wanneer de verwarming niet is ingeschakeld (gesloten gasklep)staat er over de aansluitpunten GK2 en IN2 een 24 Volt wisselspanning. Deze spanning wordt gebruikt om de drie in serie geschalde NiCad-batterijen op te laden. Via dioden(D3 en D4) wordt deze spanning enkelfasig gelijkgericht, en via transistor(T1 en ZD) wordt deze gestabiliseerd. De maximale laadstroom wordt door weerstand (R1) bepaald (laadstoom is mede afhankelijk van het type gasklep en NiCad-cellen). De LED wordt gebruikt om een indicatie te krijgen dat er NIET VERWARMD wordt in het pand. Wanneer de LED uit is, werkt de VERWARMING. Omdat de hele schakeling is opgebouwd met Integrated Circuit uit de CMOS-serie, bedraagt het stroomverbruik slecht enkele milliampéres, hierdoor is batterij(accu)-voeding zeer goed toepasbaar. Er kleeft echter wel een voorwaarde aan deze voedingswijze, namelijk: de verhouding tussen de tijden dat de verwarming WEL en NIET brandt, mag namelijk niet overschreden worden. De reden hiervoor is dat de batterijen/accu meer ontladen dan opgeladen zouden worden. Gevolg hiervan is dat na verloop van tijd de voedingsspanning voor de schakeling uitvalt. De verhouding tussen WEL en NIET branden van de verwarming is afhankelijk van de gewenste kamertemperatuur, van de buitentemperatuur, van de warmte-isolatie in het pand en van de kapaciteit van de CV-ketel. Het zou dus in de praktijk voor kunnen komen dat batterij/accu-voeding NIET voeldoet, in dat geval zult u dus een externe 24 Volt voeding moeten gaan gebruiken. POMPBESTURING: Het uitschakelen van de circulatiepomp in de CV-ketel, levert bij een niet brandende CV-installatie een behoorlijke stroom-besparing op. Tijdens de zomermaanden (pomp staat dan langdurig UIT, vanwege de buitentemperatuur),levert stilstaan van de pomp mogelijk problemen op omdat er verstoppingen op zouden kunnen treden. Dit laatste kan voorkomen worden, door de circulatiepomp regelmatig 'even' te laten werken. In deze schakeling is hiermee rekening gehouden. Het triggeren van dit deel van de schakeling gebeurt met de berschikbare uurpuls uit het timer-deel van de schakeling. Deze triggerpuls is afkomstig van de uitgang in poort IC3B, en zorgt ervoor dat condensator(C5) zal ontladen. Hierdoor zal het relais(RE) afvallen. Wanneer het relais afvalt, moet de circulatiepomp INGESCHAKELD worden, het is dus van belang dat u het VERBREEK-contact van het Relais gebruikt om de circulatiepomp te sturen. De circulatiepomp moet op de aansluitpunten P1 en P2 aangesloten worden. De 220V~ spanning sluit u aan op de aansluitpunten A en B. Condensator(C5) zal via weerstand(R9) weer opgeladen worden. Na enkele minuten zal het relais(RE) weer aangetrokken worden, en al op dat moment de circulatiepomp stilvallen. Het te gebruiken RELAIS, verdient wel enige aandacht, de aantrekstroom moet ongeveer 20 mAmpére bedragen. Bij een hogere aantrekstroom, zou mogelijk de gasklep kunnen worden aangetrokken door de belasting van het Relais. OPMERKING: omdat op delen van de schakeling de levensgevaarlijke 220V~ netspanning staat, dient u bij de bouw alle voorzichtigheid in acht te nemen. Daarnaast is het zeer belangrijk, om de schakeling goed geïsoleerd en in een deugdelijke behuizing van kunststof in te bouwen.
0389.jpg
Klik op afbeeldingen om hele schakeling te zien.


layout.gif
Afbeelding geeft componentenzijde weer, rode lijnen zijn de printbanen aan de soldeerzijde (In de layout staan staan vierkante soldeervlakken, verbonden met een lichtgroene lijn. Deze lijn geeft een doorverbinding aan, welke aan de componentenzijde van de print gelegd moet worden).

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster