Schakeling is geplaatst op 8 mei 2005
Generatortje.
Dit generatortje produceert vier verschillende spanningsvormen. U kunt op aansluitpunt UIT1, naar keuze een blok- of pulsvormig-signaal afnemen en op aansluitpunt UIT2, naar keuze een driehoek- of zaagtandvormig signaal afnemen. De werking van de schakeling is als volgt: Schakelaar(S1) moet op dit moment geopend zijn. Wanneer condensator(C3) ontladen en transistor(T6) in geleiding is, ontvangt transistor(T2) via weerstand(R12) een basisstroom waardoor transitor(T2) ook zal geleiden. Op deze wijze kan de stroombron, welke gevormd is door transistor(T4) en de weerstanden(R2,R5 en R3) de laadstroom leveren voor condensator(C3). Zolang transistor(T2) in geleiding blijft zullen de transistoren(T1 en T3) gesperd zijn. Deze spertoestand van de transistoren(T1 en T3) blijft totdat condensator(C3) tot een spanning van ongeveer 10 Volt geladen is. De spanning over weerstand(R11) zal dan te klein worden om transistor(T2) via weerstand(R12) in geleiding te houden. Transistor(T1) gaat nu ook geleiden en transistor(T3) krijgt basisstroom zodat ook deze transistor(T3) als stroombron kan gaan werken. Omdat de transistoren(T1 en T2) in feite een 'flip-flop' vormen, zal dit omschakelen ertoe leiden dat condensator(C3) zich zal ontladen. Omdat de ontlaadstroom even groot is als de laadstroom, zal over condenstor(C3) een driehoeksspanning ontstaan, welke via het aansluitpunt UIT2 afgenomen kan worden. Op hetzelfde moment is op aansluitpunt UIT1 een blokspanning beschikbaar, omdat de transitoren(T1 en T2) een flipflop-werking hebben. Wanneer u schakelaar(S1) sluit, zal condensator(C3) bij het omschakelen van de 'flipflop' direct ontladen waardoor er een zaagtandvormige-spanning over condensator(C3) komt te staan. Deze zaagtandsppanning, kunt u direct van aansluitpunt UIT2 afnemen. Op aansluitpunt UIT1 is bij een gesloten schakelaar(S1) een naaldvormige-pulsspanning af te nemen. De frequentie van de afgegeven spanningen is afhankelijk van de waarde van condensator(C3) en de stroombepalende weerstanden(R3 en R10). Bij de gegeven waarden van deze drie componenten, bedraagt de frequentie voor de blokgolf- en driehoeksspanning ongeveer 1 kHz. En voor de zaagtand- en naaldpulsspanning 2 kHz. U kunt eventueel de frequentie en de puls/pauze-verhouding instelbaar maken, door condensator(C3) omschakelbaar en de beide weerstanden(R3 en R10) als instelpots uit te voeren. De uitgangsamplituden bedragen voor de driehoek- en zaagtand-spanning ongeveer 9 Volt top-top en voor de blok- en naaldpuls-spanning ongeveer 16 Volt top-top.
0367.jpg
Klik op afbeeldingen om hele schakeling te zien.


layout.gif
Afbeelding geeft componentenzijde weer, rode lijnen zijn de printbanen aan de soldeerzijde.

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster