Schakeling is geplaatst op 22 februari 2006
4-kanaals Lichtorgel.
Deze schakeling omvat een 4-kanaal geluidsgestuurd Lichtorgel, bestaande uit een voedingsdeel, Voorversterker en AVR, Bandfilters, Hoog- en laagdoorlaatfilters, Digitale stuurtrap en de eindtrappen met Triacs. De schakeling heeft een voeding nodig voor de voorversterker, filters en de stuurlogica. Omdat er nagenoeg een 500 mAmpére voedingsstroom nodig zal zijn is er in de voeding een Darlington-transistor(T3) opgenomen welke op een koelplaat gemonteerd moet worden. De voeding op zich is eenvoudig van uitvoering en is samen met de Voorversterker en AVR in het linkergedeelte van de schakeling geplaatst. Omdat de audio-filters symmetrisch uitgestuurd worden, is hiervoor een referentiepotentiaal nodig van de halve voedingsspanning, hiervoor dient de spanningsdeler (R9/R14) welke middels (C11 en C12) ontkoppeld wordt. Op de aansluitpunten A en B wordt het audio-signaal aangesloten, dit wordt galvanisch door transformator(TR1) van de voedingsnul gescheiden. Het audio-signaal welke via Potentiometer(P1) regelbaar is, wordt aangeboden aan de regelversterker(IC1). De regelversterker stuurt het audio-signaal via condensator(C10) naar de vier bandfilters, waarbij de Potentiometers (P2 t/m P5) dienen voor het regelen voor de vier onafhankelijke freqenties. De in ieder bandfilter aanwezege OpAmp (IC2 t/m IC5) zorgen voor een voldoende krachtig signaal welke direct de stuurlogica (IC6 ,7 en 8) sturen. Deze stuurlogica moet, bij het overschrijden van een bepaalde ingangsdrempelwaarde aan de uitgang een puls met een vastgestelde waarde leveren. Dit kan worden gerealiseerd met behulp van een viertal monoflops(IC6a, R31, IC6b, R35 en P6 omvatten 1 monoflop). De monostabiele multivibrator heeft zijn stabiele toestand als de IN- en de UIT-gang op het '1'-niveau liggen. De uitgang gaat van '1' naar '0', zodar de ingang onder de drempelwaarde van poort(IC6a) komt te liggen. Na het verstrijken van een via potentiometer(P6) in te regelen tijd keert de stabiele '1'-toestand weer terug. Via de potentiometers (P6 t/m P9) kan van elke monoflop de tijd geregeld worden tussen 0,1 en 1 seconde. De tijdsduur moet dusdanig geregeld worden, dat de pulstijd welke bij een bepaalde muzieksoort hoort (saxofoon = lang, en gitaar = kort) overeen komt. De uitgang van elke monoflop, gaat naar een vermogens-inverter (IC8a t/m IC8d) waarvan de uitgangen direct in staat zijn om de triacs te kunnen sturen. Eventuele negatieve ingangsstromen worden middels 'germanium'-dioden (D3, D5, D7 en D9) geblokkeerd. De vier Triacs (TRI1 tm TRI4) hebben een L/C-netwerkje ter ontstoring. Tevens heeft iedere uitgang een glaszekering ter beveiliging. Wanneer het vermogen van de aangesloten 220V~ gloeilampen boven 100 Watt komt, dient u de triacs op een koelplaat te bevestigen. De gloelampen kunnen aangesloten worden op de 4 chassisdelen (BEL1 t/m BEL4).DE vier NEON-lampjes (NE1 t/m NE4) zijn eigenlijk controle-lampjes zodat u op het apparaat kunt zien hoe de aangesloten gloeilampen oplichten. De triacs zijn 3 Ampére-types en kunnen derhalve ongeveer 600 Watt vermogen maximaal per kanaal verwerken, mits de koelingen dit toelaten. Als laatste wil ik nog aangeven dat voorzichtigheid bij de bouw en een goede isolatie en behuizing van deze schakeling een MUST zijn, omdat er op veel delen van de schakeling een levensgevaarlijke 220V~ staat
0339.jpg
Klik op afbeelding om de hele schakeling te zien.


layout.gif
Afbeelding geeft componentenzijde weer, rode lijnen zijn de printbanen aan de soldeerzijde (In de layout staan staan vierkante soldeervlakken, verbonden met een lichtgroene lijn. Deze lijn geeft een doorverbinding aan, welke aan de componentenzijde van de print gelegd moet worden).


Terug naar index

Terug naar de homepagina

Email deWebmaster