Schakeling is geplaatst op 4 januari 2006
Buizenversterker met 40 Watt vermogen.
Deze buizen-'eind'-versterker is opgezet met relatief goed verkrijgbare componenten. De 4 als einderverking gebruikte EL84 buizen, geven een mooi geluid. Het ingangssignaal wordt aangesloten op de aansluitpunten E en F en mag 300mV effectief bedragen, direct achter de ingang bevindt zich een ECC81 buis (B1a /B1b) welke als voorversterker en fasedraaier dient. De wweerstanden R4 en R17 zorgen ervoor dat de fasedraaien ook buiten frequenties welke buiten het gehoorgebied vallen blijft werken. Om het 40 Watt uitgangsvermogen te verkrijgen worden 4 (EL84) eindbuizen (B2 t/m B5) twee aan twee parallel geschakeld. De kathode van iedere eindbuis is middels weerstanden R8, R9, R14 en R15 met aarde verbonden om op deze wijze ruststroom-verschillen met 20% te compenseren om zodoende oscilleren te voorkomen. De schermroosters zijn via R1 ,R2 ,R20 en R21 met de hoogspanning verbonden. Uitgangstransformatoe (TR2) is een ringkern-type met een primaire ingangsimpedantie van 4 Kohm en een secundaire impadantie van 4 en 8 ohm, het vermogen van deze trafo is met 80 Watt ruim bemeten hetgaan in het lage frequentie-beriek goed merkbaar is. Bij blokgolfmetingen aan deze versterker is geen uitslingering via TR2 geconstateerd, omdat R10 en C3 dit compenseren. Neem voor condensator C3 een type welke 1000 Volt kan verdragen.Weerstand R22 dient voor tegenkoppeling van de gehele versterker, sluit deze in eerste instantie na de bouw niet aan op de (TR2-kant). Wanneer de versterker goed wrkt, kan R22 helemaal aangesloten worden, en de versterker moet nu MINDER gaan versterken, wanneer deze MEER of zelf gaat OSCILLEREN dan dienen de beide aansluitdraden welke met de pennen 7 van de 4 eindbuizen verbonden zijn OMGEWISSELD te worden. De luidspreker wordt in het geval van een 4 ohm type aangesloten tussen aansluitpunten C en G en voor een 8 ohm type tussen aansluitpunten C en D. De voeding van deze versterker is aan de rechterzijde van het schema getekend. Voor TR1 wordt het liefst een ringkern-type genomen. Schakelaar S1 is de AAN/UIT-schakelaar. Schakelaar S2, is toegepast om de HOOGSPANNING af te kunnen schakelen en zo de versterker op "paraat" te zetten. Voordeel hiervan is dat indien men de versterker af en toe gebruikt (bijvoorbeeld bij een omroepinstallatie) de buizen 'opgewarmd' blijven en na inschakeling van S2 direct werken. Er kleeft ook een nadeel aan deze situatie, de levensduur van de buizen neemt in deze situatie wel af. De keuze is aan u of u de "paraat"-schakelaar toe wilt passen. De gloeidraden van de buizen, krijgen hun spanning van 6,3 Volt aangeboden, waarbij als aardpunt gebruik gemaakt is van instelpotmeter (P1). Deze moet dusdanig ingesteld worden dat er geen brom meer uit de versterker hoorbaar is. Voor de negatieve roosterspanning wordt gebruik gemaakt van een 20 Volt wikkeling, de spanning wordt middels een zenerdiode (ZD) gestabiliseerd en via instelpot (P2) ingesteld. Verder is er nog een 10 Volt spanning beschikbaar (aansluitpunten J en K) welke voor eventuele effectapparatuur te gebruiken is. De bouw van de versterker zal geen problemen opleveren, zorg er wel voor dat u de beide 6,3 Volt printbanen 'vertint' om een hoorbare spanningsval te minimaliseren. Voor het afregelen van deze schakeling is de negatieve roosterspanning ERG belangrijk, om het maximale vermogen uit de EL84 buizen te halen staan deze op maximale disspensatie ingesteld. Wanneer u middels instelpot P2 de ruststroom te 'hoog' insteld zullen de eindbuizen enigzins rood worden. Om een correcte instelling te controleren, kunt u een mA-meter tussen de middenaftakking van de primaire kant (TR2) en pen 7 van buis B3 aansluiten en nu via P2 de ruststroom op 40 mA in stellen. Wanneer u nu de meter tussen de middenaftakking van de primaire kant (TR2) en pen 7 van buis B4 aansluit, moet u ook 40 mA meten. Een afwijken tussen 35 tot 40 maA is toelaatbaar. Zorg wel voor wwn goede isloatie en ventilatie van deze versterker, omdat er met een aardig vermogen en relatief hoge spanning gewerkt wordt op delen van de schakeling. De schakeling kan heel goed in een 19"-rack ingebouwd worden, waarbij de beide ringkerntrafo's aan de linker en rechterkant naast de print gemonteerd worden.
0324.jpg
Klik op afbeelding om de hele schakeling te zien.


layout.gif
Afbeelding geeft componentenzijde weer, rode lijnen zijn de printbanen aan de soldeerzijde (In de layout staan staan vierkante soldeervlakken, verbonden met een lichtgroene lijn. Deze lijn geeft een doorverbinding aan, welke aan de componentenzijde van de print gelegd moet worden).

Terug naar index

Terug naar de homepagina

Email deWebmaster