Schakeling is geplaatst op 13 september 2005
RCL meetbrug.
Geheel linksonder in het principeschema is de netvoeding getekend welke zowel een positieve als negatieve 5 Volt spanning levert. OPMERKING: De 220V~ netaansluitng MOET voorzien zijn van RANDAARDE. Deze RANDAARDE wordt op de metalen behuizing van de meter aangesloten, en via TR1 met de schakeling verbonden. Integrated Circuit (IC3) vormt met R6/C10 en R11/C11 een Wienbrug-oscillator. De uitgangsspanning hiervan wordt via Integrated Circuit (IC4) gestabiliseerd, door middel van parallel schakeling aan de terugkoppelweerstand R10. De eigenschappen van Integrated Circuit (IC4) zorgen voor een mooie stabiele sinus. Integrated Circuit (IC5) vormt een 'buffertrap' voor het eerder genoemde sinussignaal en zorgt voor een goede impedantie voor transformator (TR2). Deze transformator wordt gebruikt voor het 'zwevend' maken van het uitgangssignaal ten opzichte van de voedingsnul. Weerstand R15 zorgt ervoor dat de secundaire-spanning NIET oploopt, wanneer er weinig stroom wordt afgenomen. Schakelaar S2 is voor het eventueel 'omschakelen' naar aparte aansluitpunten (A en B) zodat ook met een externe wisselspanningsbron gemeten kan worden, met frequenties tussen 50 Hz en 10 KHz. Omdat de 'loper' van potentiometer P2 aan 'nul' ligt zijn correctietrimmers niet nodig. Condensator C15 (parallel aan R21) dient voor een kleine fasecorrectie. Trimmer C16 is voor het afregelen van het kleinste capaciteitsgebied. De meetversterker kenmerkt zich door een zeer hoge ingangsimpedantie van 4,3 Mohm, waardoor er nagenoeg geen belasting van de brug is. Via Schakelaar (S3) kunnen de verschillende meetbereiken ( 0 ohm tot 1 Mohm en 0 pF tot 1 microF) ingesteld worden. Rondom Integrated Circuit (IC6) is de uitlezing via een microAmpére-meter gesitueerd. Potentiometer (P4) is voor het regelen van de gevoeligheid van de paneelmeter. AFREGELING: alvorens af te regelen, laat u de RCL-meetbrug ongeveer tien minuten opwarmen. Sluit een wisselspanningsmeter ( 5 volt meetgebied) tussen aansluitpunt MP1 en de 'nul' van de schakeling. Stel Instelpot P1 op maximale spanning (5 V) in, en zet deze dan een fractie terug. Plaats een 'kortsluitdraadje' tussen het moedercontact van schakelaar S3 en de 'nul' van de schakeling, sluit nu een gelijkspanningsmeter aan tussen aansluitpunt MP2 en de 'nul' van de schakeling. Stel instelpot (P3) in om NUL Volt, en haal het kortsluitdraadje weer weg. SCHAALVERDELING: Zoals aan het begin aangegeven, kunt u het beste een metalen kastje nemen om een goede afscherming te krijgen, tevens kunt u dan op tamelijk eenvoudige wijze een goede schaalverdeleing maken voor Potentiometer (P2). Als basis voor de schaalverdeling neemt u een boog met een diameter van 105 mm, als knop voor de potentiometer gebruikt u een groot exemplaar waaraan u aan de onderkant een dun doorzichtig platic stripje lijmt. In het midden van deze strip maakt u van binnen naar buiten een gleufje, welke u met zwarte lak vult (zo kunt u de potentiometer tamelijk exact verdraaien). U boort een klein gaatje in op de zwarte lijn van het stripje op de plex waar u de 105mm boog kruist. (dit gaatje gebruikt u om referentie-punten op de boog te plaatsen). Om de schakeling te 'ijken' dient u 9 precisie-weerstanden van 100 ohm en 10 precisie-weerstanden van 1000 ohm te solderen tot 2 reeksen aan elkaar (laat de aansluitdraden lang). Centreer de knop op de potentiometer en draai hem geheel linksom, plaats nu met een tekenpotlood (via het geboorde gaatje) een startkenmerk op de boog-lijn. Sluit nu een 100 ohm precisie-weerstand aan op de aansluitpunten CX_Rx en RX_1. Zet schakelaar (S3) in de stand 1 Kohm [stand 4]) en regel Potentiometer P2 af op minimale uitslag van de meter. U drukt nu met uw potlood op de schaalboog een markeringspunt. U gaat zo door tot u alle waarden tussen 100 ohm en 10000 ohm gemerkt hebt. Via de boekhandel kunt u afwrijfcijfers kopen, waarmee u de merkpunten van opschrift kunt voorzien, tevens kunt u met deze afwrijfsymbolen, andere markeringen op de voorplaat maken.U dient nu nog trimmer C16 af te regelen, probeer hiervoor een zeer naukeurige condensator van 100 pF op de kop te tikken. Plaats potentiometer P2 op de eerdere gemaakte schaalverdeling op het getal 1. Zet schakelaar S3 in de stand 100 pF [stand 7] en sluit de 100 pF condensator aan op de aansluitpunten CX_RX en CX_1, vervolgens regelt u trimmer (C16) dusdanig af dat er minimale uitslag van de paneelmeter is. Hoewel er in de meetbrug GEEN spoelenreeks is opgenomen, kunt u met deze schakeling toch zeer goed de zelfinductie van onbekende spoelen meten. Hiervoor plaatst u schakelaar S3 in de neutrale-stand (stand 6). U sluit op de aansluitpunten CX_1 en CX_RX een spoel aan waarvan u de zelfinductie WEET , en op de aansluitpunten CX_RX en RX_1 de 'te meten' onbekende spoel. Naar analogie van de overige gebieden zal een gelijke spoel overeenkomen met stand 1 op de door u getekende schaal of zoveel decimalen meer of minder bij een andere waarde van de 'te meten' spoel.
0310.jpg
Klik op afbeeldingen om hele schakeling te zien.


layout.gif
Afbeelding geeft componentenzijde weer, rode lijnen zijn de printbanen aan de soldeerzijde (In de layout staan staan vierkante soldeervlakken, verbonden met een lichtgroene lijn. Deze lijn geeft een doorverbinding aan, welke aan de componentenzijde van de print gelegd moet worden.

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster