Schakeling is geplaatst op 7 september 2005
Correlatiemeter.
Deze 'correlatiemeter' is bedoeld voor het verrichten van metingen aan het lichtnet, waarbij de Inwendige Weerstand (RI) van een spanningslijn bekend moet zijn. Voor een correlatie-meting zijn de volgende onderdelen nodig: Dubbelpolige omschakeleaar, Belastingweerstand, en twee identieke condensatoren. Het principe van de meting is als volgt: Feitelijk wordt er een weerstands-vergelijking uitgevoerd, waarbij in één van de standen van de dubbelpolige omschakelaar een condensator direct geladen wordt en in de andere stand parallel aan een belastingsweerstand. Om te kunnen vergelijken moet dus in beide standen van de schakelaar één meting verricht worden. Vanwege het feit dat het lichtnet een spanningsvariatie van ongeveer 10 procent kent, is eigenlijk een meetmethode nodig die variaties in de netspanning elimineert gewenst. Voor dat doel is deze 'correlatiemeter' geschikt. Het is voor deze meter niet nodig om het meetprincipe (zoals eerder beschreven) te veranderen. Een correlatiemeting vereist slechts enkele omschakelingen van een dubbele omschakelaar. Dit omschakelen moet in een redelijk tempo plaatsvinden, zo ongeveer éénmaal per seconde. De reden hiervan is dat door het veelvuldig omschakelen de spanningvariaties verdeeld worden over de beide condensatoren. De schakeling welke u nu bekijkt, is ontworpen voor het verrichten van RI-metingen aan wandcontactdozen en dergelijke in woonhuizen. De 220V~ netspanning (aansluiten op printkroonsteen B) geeft nadat schakelaar S6 gesloten via de transformatoe (TR) en de brugcel (BC) een gelijkspanning van ongeveer 26 Volt. Via een contactdeel van drukknop S1 kan deze spanning op C1 of C2 aangesloten worden. Schakelaar S1 fungeert dus als 'correlator', welke het verband legt tussen in- en uit-schakelen van de 'belasting' en de verdeling van de meetspanningen over C1 en C2. Tussen de beide condensatoren bevindt zich het meetcircuit met paneelmeter (M) en twee dioden (D1,D2). De schakeling is ontworpen voor een paneelmeter van 100 microAmpére en een Inwendige Weerstand van 2 Kohm. De condensatoren (C1 en C2) zijn eigenlijk de 'geheugen'-elementen welke de meetspanningen een paar seconden kunnen opslaan. Het is van groot belang dat voor C1 en C2 typen worden gebruikt die een verwaarloosbare lekstroom hebben. Als 'belasting' voor de meting zijn "normale" gloeilampen genomen, waarmee een belasting van maximaal 260 Watt kunnen realiseren valt. Zie de tabel (onderaan de componentenlijst) voor de 'belastingsweerstanden' van de correlatiemeter. Het spreekt voor zich, dat er bij het inschakelen van de meter een behoorlijk laadstroom door beide condensatoren en de paneelmeter loopt. Om die reden zijn D1 en D2 'antiparallel' over de paneelmeter geplaatst, deze begrenzen de spanning over de meter tot ongeveer 800 mVolt hetgeen toch 4 maal de maximale meterstroom is. OPMERKING: het meetgebied van de paneelmeter is 211 mVolt, gebruik van een paneelmeter met een meetgebied van 100 mVolt is in deze schakeling NIET BRUIKBAAR !!!. Eventueel kan de paneelmeter bij het in- en uit-schakelen worden kortgesloten, hiervoor dient schakelaar S5. Via schakelaar S2, S3, en S4 zijn de belastingweerstanden afzonderlijk of in combinatie IN te schakelen. Het gebruik van schakelaar met 5 Ampére contacten is een must, eventueel zijn de 'gewone' lichtschakelaars te gebruiken. Zoals u in het schema kunt zien worden er twee spanningpoorten van 220V~ gebruikt (A en B). Beide poorten worden van een gewoon netsnoer met stekker voorzien. Poort A dient steeds te worden aangesloten op de wandcontactdoos WAARVAN u de Inwendige Weerstand wenst te meten. Poort B levert de meetspanning en kan derhalve op de naastgelegen wandcontactdoos aangesloten worden. ENIGE VOORWAARDE is dat beide wandcontactdozen tot DEZELFDE ZEKERINGROEP behoren. Werken met de correlatie-meter in de praktijk, wanneer u de 'meter' aangesloten hebt zoals hiervoor beschreven is het zinvol om de 'meter' enige seconden met rust te laten nadat S6 in de AAn-stand gezet is (C1 en C2 zullen opladen). Nu drukt u bij geopende S2, S3 en S4 schakelaars (dus zonder belasting) een paar maal op drukknop S1. Hierbij moet de paneelmeter 'gemiddeld op nul blijven. Afwijkingen in de nulpositie komen vanwege netspannings-variaties. Vervolgens wordt S3 gelsoten en S1 wederom enkele malen bediend. Hierbij zal gloeilamp LA1 'knipperen' en zal de paneelmeter uitslaan. Stel de paneelmeter slaat uit op 5 microAmpére, u kunt in de tabel (onderaan componentenlijst) aflezen dat een volle meteruitslag bij een belasting van 60 Watt een inwendige weerstand van 6,6 Ohm betekent. De gemeten inwendige weerstand van de meting is in ons geval dus: Ri = 0,05 x 6,6 = 0,33 Ohm. Vanwege het feit dat 5 microAmpére niet nauwkeurig afleesbaar is, kunt u de meting herhalen met bijvoorbeeld maximale (260 Watt) belasting. Hiervoor dienen S2, S3 en S4 tijdens de meting gesloten te zijn. Een lage 'belasting' is eigelijk alleen nodig bij het bepalen van de inwenige weerstand van lange leidingen of bijvoorbeeld een kabelhaspel. Vanwege de levensgevaarlijke 220V~ netspanning op delen van de schakeling en het relatief hoge vermogen is een degelijke en goed gesisoleerde behuizing zeer belangrijk. Vergeet ook niet dat de gloeilampen voor de 'belasting' hun warmte eenvoudig kwijt moeten kunnen.
0309.jpg
Klik op afbeeldingen om hele schakeling te zien.


layout.gif
Afbeelding geeft componentenzijde weer, rode lijnen zijn de printbanen aan de soldeerzijde (In de layout staan staan vierkante soldeervlakken, verbonden met een lichtgroene lijn. Deze lijn geeft een doorverbinding aan, welke aan de componentenzijde van de print gelegd moet worden.
In de layout zijn een zestal schakelaars en drie lamp-aansluitingen, met behulp van rood gearceerde banen verbonden met diverse printkroon-stenen. Deze banen stelt in werkelijkheid de bedrading voor waarmee de items met de print verbonden worden. OPMERKING: de draden moeten 5 Ampére kunnen verwerken.

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster