Schakeling is geplaatst op 5 september 2005
Acculader met constante stroom.
Deze 'acculader' heeft de volgende eigenschappen: STROOM continu instelbaar tussen 0 en 5 Ampére. Constante laadstroom tijdens cyclus. Automatische uitschakeling bij bereiken van eindspanning. Eindspanning tussen 10 en 15 Volt instelbaar. Afleesbare accu- of eind-spanning. Zelfuitschakelend bij 'slechte' accu. Kortsluitvast. In de schakeling is om tekentechnische redenen een Transformator (TR1) opgenomen, direct bij deze trafo ziet u een viertal aansluitpunten (PRIM1, PRIM2, SEC1 en SEC2) het betreft hier een ringkern transformator met een behoorlijke afmeting ongeveer 230 VA omdat deze los van de print moet komen zijn de aansluitpunten gebruikt ( in de printlayout is een fictiefe trafo getekend welke met blauw gearceerde lijnen met de eerder genoemde aansluitpunten is verbonden) De bedrading moet ongeveer 5 Ampére kunnen verwerken. Nu de schakeling; Op de aansluitpunten A en B wordt de 220V~ netspanning aangesloten, S1 is de Aan- UIT-schakelaar. De beide parallel-geschakelde brugcellen (BC1 en BC2) zorgen er samen met C1 en C2 voor dat de te laden accu (aansluitpunten PLUS en MIN) met voldoende stroom geladen zal worden. Om een stabiele hulpvoeding voor de overige delen van de schakeling te krijgen, is Transformator (Tr2) geplaatst, welke een stabiele spanning afgeeft. De vier gloeilampjes (LA t.m LA4) zijn lampjes welke bij de beide paneelmeters geplaatst worden om gedurende de nachtelijke uren de lader te kunnen aflezen. Integrated Circuit 1 (IC1) fungeert hier als "kleiner dan 10 Volt" detector, de als comparator geschakelde opamp vergelijkt de accuspanning met een door middel van P2 ingestelde 'referentiespanning' van +9,5 Volt. Wordt de accuspanning lager dan deze referentiespanning, dan zal via Transistor (T1) de LED1 (rood) worden gestuurd. Via D6 wordt T2 open gestuurd, het knooppunt R27/R12 komt nu op +1,7 Volt hetgeen de brandspanning van LED2. Dit heeft tot gevolg dat de stroom "nul" wordt bij een aangesloten accu met een klemspanning lager dan +9,5 Volt. Indien de aangesloten accu 'kortgesloten' is zal de laadstroom tot 2 Ampére begrenst zijn. (dit moet niet te langdurig zijn, omdat T4 dan stuk zal gaan). Via schakelaar S3 kan het 'laden' van de accu worden onderbroken, om deze te gaan 'meten', u krijgt een indicatie (via paneelmeter M1) van de klemspanning van de te laden accu. Wanneer de klemspanning tot ongeveer 12,5 Volt gezakt is, kunt u de accu weer gebruiken. Zakt de 'te meten' spanning verder, dan moet met laden worden doorgegaan. Met behulp van Integrated Circuit (IC2) is een "einde lading"-detector te realiseren, deze opamp is ook als comparator geschakeld en zorgt voor de vergelijking van een ingestelde referentiespanning tussen +10V tot +15V. Stijgt de accuspanning tot boven de referentiespanning, dan zal de uitgang van Integrated Circuit (IC2) gelijk aan de voedingsspanning, hierop wordt de gate van thyristor (TH) gestuurd. Hierdoor zal ook de laadstroom "nul" worden, en zal LED3 gaan branden ten teken "accu is vol". Wil men nu weer gaan laden dan moet drukknop S4 even ingedrukt worden, om de 'houdstroom' over de thyristor te 'resetten'. De verschilversterker (IC3) wordt via schakelaar (S2) met de accuspanning OF de referentie van de eind lading verbonden. Deze laatste komt op de loper van Potentiometer (P4) en is via P1 (onderwaarde 10V) en P6 (bovenwaarde 15V) in te stellen. Afhankelijk van het te gebruiken paneelmeter-type voor M1, kan het zijn dat de waarde van P8 aangepast moet worden. De componenten rondom IntegratedCircuit (IC4) zijn de feitelijke stroombron. De referentiespanning van IC4 wordt doorD4, D5 en R13 opgewekt en is regelbaar via potentiometer P3. Instelpotmeter P7 is voor het instellen van een maximale laadstroom. IC4 voedt de transistor-combinatie T3 en T4 via R27 en R12. Zoals bekend bepaald de spanning op het knooppunt R27/R12 of de laadstroom WEL of NIET kan vloeien. De vier 5 Watt weerstanden (R1 t,m R4) dienen als stroomsensor, en zijn aardig overgedimensioneerd om niet al te veel warmte te dispenseren. Via paneelmeter M2 is de 'laadstroom' af te lezen. AFREGELING: Zet om te beginnen alle instelpots in de middenstand. Draai potentiometer P3 op NUL en regel de spanning op maximaal, zet nu S1 in de AAN-stand. Meet de spanning op de loper van Instelpot P2 en stel deze af op +9,5 Volt. Meet nu de spanning op de beide uiteinden van Potentiometer P4 en regel deze met behulp van P1 en P6 af op respectievelijk +10V en +15V. LET OP !! beide instellingen beïnvloeden elkaar, dus steeds herhalen tot het klopt. Meet nu de spanning op de loper van Instelpot P5 en stel deze af op +10V. Sluit nu een accu aan, druk even op drukknop S4 en verdraai de instelpot P3, de laadstroom (afleesbaar via M2) moet nu van NUL naar MAXIMAAL (5 Ampére) worden ingesteld, eventueel P7 zo instellen dat de maximale laadstroom NIET overschreden wordt. Meet de spanning over de accu, en stel P8 zo af dat de paneelmeter M1 de waarde van de accuspanning aangeeft. Draai nu potentiometer P4 langzaam terug en controleer of de lader afslaat bij het bereiken van de accuspanning. Zet schakelaar S2 in de stand 'meten' en constateer dat LED2 gaat branden en de stroom naar nul gaat. Alle functies van het apparaat zijn nu afgeregeld.
0307.jpg
Klik op afbeeldingen om hele schakeling te zien.


layout.gif
Afbeelding geeft componentenzijde weer, rode lijnen zijn de printbanen aan de soldeerzijde (In de layout staan staan vierkante soldeervlakken, verbonden met een lichtgroene lijn. Deze lijn geeft een doorverbinding aan, welke aan de componentenzijde van de print gelegd moet worden.

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster