Schakeling is geplaatst op 1 september 2005
CV pompautomaat.
Eén van de meest constante electriciteits-verbruikers in huis is de pomp van de Centrale Verwarming. In de meeste huishoudens draait deze 24 uur en 365 dagen per jaar, hetgeen een aardig bedrag van uw electriciteitsverbruikt betekent. Met deze schakeling is het mogelijk om de CV-pomp 'voordeliger' te gebruiken. De meeste CV-installaties bezitten een 24 Volt~ systeem, waarvan de transformator dusdanig gedimensioneerd is, dat voedingsspanning 'aftappen' voor deze schakeling geen problemen oplevert. U sluit de twee draden welke u van de secundaire-kant van de CV-trafo (24 V) haalt aan op de aansluitpunten A en B. De ketelthermostaat wordt op de aansluitpunten C en D aangesloten. De kamerthermostaat sluit u op de aansluitpunten E en F aan en als laatste sluit u op de aansluitpunten G en H het gasrelais aan. Wanneer nu de beide thermostaten 'gesloten' zijn zal het gasrelais, de gasklep openen om het water te verwarmen, wanneer nu één van de thermostaten zijn ingestelde waarde bereikt heeft, gaat de "gasklep" dicht. De pompmotor blijft gewoon doordraaien, hetgeen in de nacht en in de zomer jammer van de electriciteit is. Wanneer het vriest is het wel belangrijk dat het water wordt rondgepomd. In deze schakeling wordt er via de componenten rondom de spanningsregelaar een keurige 12 Volt gelijkspanning uit het 24 V~ systeem van de ketel gehaald. Voor de pomp-detectie is het nodig om op het knooppunt D6,R5 een spanning te krijgen wanneer de pompmotor moet gaan draaien. Wanneer er over het 'gasrelais' spanning staat wordt deze door R9 via D3 gelijkgericht en via D5 naar het knooppunt D6,R5 gevoerd. De pompmotor moet echter ook draaien wanneer het water op keteltemperatuur is, omdat dan de 'ketelthermostaat OPEN is zal over het gasrelais GEEN spanning meer staan. De spanning over aansluitpunten A en B staat via R4 over D4 (Transistor T2 geleidt niet omdat de kamerthermostaat als gesloten wordt beschouwd. Door D4 wordt de spanning gelijkgericht en door D6 naar het knooppunt D6,R5 gevoerd. in beide gevallen is het knooppunt D6,R5 dus HOOG. Wanneer nu de situatie dusdanig is dat de ketelthermostaat gesloten blijft en de kamerthermostaat steeds open en dicht gaat (dit is een praktijksituatie) gebeurt het volgende. Bij geopende kamerthermostaat staat er spanning tussen aansluitpunten E en B. Deze wordt via R6,D2 gelijkgericht, waardoor transistor T1 gaat geleiden. Hierdoor wordt de collectorspanning 'laag'. Het knooppunt D6,R5 wordt dan via D6 ook'laag' via D5 kan ook geen spanning kan komen omdat over de aansluitpunten G en H in deze situatie NOOIT spanning kan staan. Gaat de kamerthermostaat 'dicht' dan geleidt T1 niet meer maar nú staat er wel spanning over de aansluitpunten G en H en via D5 staat er door D3 gelijkgerichte spanning op knooppunt D6,R5. Het bovenstaande resumerend kunt u zeggen: er moet op het knooppunt D6,R5 spanning staan wanneer alleen tussen aansluitpunten A en B of tussen aansluitpunten E en F spanning staat. Er staat geen spanning op het knooppunt D6,R5 wanneer de kamerthermostaat open staat en er een spanning tussen de aansluitpunten E en B staat. We hebben nu een pomp-detectie gerealiseerd en gaan verder met de tijdgenerator. Deze bestaat uit Integrated Circuit IC2 met een periodetijd van ongeveer 45 seconden, en een deler (IC1). De uitgang van het 'timer'-IC is verbonden met de ingang van het 'deler'-IC. Van de beschikbare uitgangen worden er twee gebruikt. Nadat de 'gasklep' is gesloten en de spanning over ZD van 10 Volt weggezakt is, kan pen 11 (reset) van Integrated Circuit IC1 niet meer geactiveerd worden, en zal pen 4 van IC1 na ongeveer 24 minuten in de 'hoog' status komen. Hierdoor zal de eindtrap in de "uit"-status komen en zal het relais RY afvallen er van uitgaande dat de 'gasklep' binnen deze tijd niet opnieuw bediend is. De deler wordt dan namelijk gereset. Hiermee is onnodig rondpompen van 'afgekoeld'-water uitgesloten. Indien de 'deler' NIET binnen 614 minuten gereset wordt, zal pen 3 van IC1 'hoog' worden. Hierdoor zal de eindtrap bediend worden, en zal de pompmotor gaan draaien. Omdat de cyclus automatisch hervat wordt, zal de pompmotor na 24 minuten draaien weer uitgezet worden. Hiermee is het af en toe 'verfrissen' van het water in de zomer gerealiseerd. De eindtrap bestaat uit een eenvoudige aan/uit-schakeling met behulp van een PNP- en een NPN-transistor (T1 en T3). Het relais waarmee DIRECT de pompmotor wordt geschakeld is opgenomen in het emittercircuit van T4. Om T4 in geleiding te brengen en daarmee het relais te bekrachtigen moet er op het knooppunt D6,R5 een spanning staan T1 zal nu een 'houd'-functie verzorgen. De pompmotor wordt op de aansluitpunten I en J aangesloten, omdat aansluitpunten K en L met 220V~ verbonden worden is het relaiscontact de feitelijke SCHAKELAAR. Afhankelijk van het vermogen van de motor moet het relaiscontact voldoende 'zwaar' uitgevoerd zijn. De beide LED's zullen van veraf duidelijk maken, wat de status van de pompmotor is (GROEN=AAN en ROOD=UIT). De reden dat ik veel informatie over de werking van de schakeling heb geplaatst, schuilt in het feit dat er misschien hobbyïsten zijn die deze schakeling in het CV-systeem van bijvoorbeeld de VERHUURDER willen inbouwen, het is dan wel erg handig om goed te weten wat er moet gebeuren. Als laatste wil ik nog aangeven dat op delen van de schakeling een levensgevaarlijke spanning (220V~) staat en dat een degelijke behuizing en goede isolatie wenselijk is.
0306.jpg
Klik op afbeelding om de hele schakeling te zien.


layout.gif
Afbeelding geeft componentenzijde weer, rode lijnen zijn de printbanen aan de soldeerzijde.

Terug naar index

Terug naar de homepagina

Email deWebmaster