Schakeling is geplaats op 17 augustus 2018

Auto Diefstal Alarmering.

Wanneer u niet in de luxe positie verkeerd dat u een garage heeft waarin uw auto past, en daardoor de auto langs de wegkant moet parkeren loopt u een groter risico op diefstal van uw auto. Om voorgaande reden zal menig hobbyist een oplossing in de elektronica zoeken. Veelal zijn oplossingen hiervoor of te eenvoudig of te ingewikkeld met als gevolg dat op allerlei ongewenste momenten het alarm in werking treedt. De hier gepresenteerde schakeling is niet alleen betrouwbaar maar biedt ook nog enkele extra's in de vorm van vertraagd inschakelen en vertraagd uitschakelen een intermitterende alarmtoon en een beperkte alarmduur. Via de schakelaar(S 1) zal de schakeling van een 12 Volt voedingsspanning worden voorzien. Het is van een groot belang, dat u voor deze schakelaar een type gebruikt welke via een sleutel bediend moet worden, u plaatst deze op een niet direct zichtbare plaats in de auto. Wanneer schakelaar(S 1) is gesloten, kan condensator(C 1) worden opgeladen. Tot het moment dat de spanning over condensator(C 1) hoger wordt als de drempelspanning van de basis/emitter-overgang van transistor(T 2) en diode(D 1), spert de transistor. Relais(RE 2) kan dan niet worden bekrachtigd worden als de deurschakelaar(S 2) wordt gesloten. Omdat het om een verbreek-contact gaat, is voorgaande situatie van toepassing wanneer de deur open staat. Via instelpot(P 3) is de tijd instelbaar van het moment dat u de auto verlaten moet hebben en de deur gesloten moet zijn. Wanneer het alarm eenmaal in werking is, dan kan dit alleen worden uitgeschakeld door het omschakelen van de sleutelschakelaar(S 1) welke op een verborgen plaats moet zijn gemonteerd. Wanneer nu een onverlaat onuitgenodigd de deur weet te openen, zal schakelaar(S 2) worden gesloten en zal relais(RE 2) worden bekrachtigd. Het relaiscontact(21, 22, 24) van (RE 2) zal omklappen en daarmee schakelaar(S 2) overbruggen waardoor het relais(RE 2) bekrachtigd blijft ook wanneer de mogelijke dief onraad ruikt en de deur weer dichtgooit. Vanwege de blijvende bekrachtiging van relais(RE 2) zal nu via de contacten(11, 12, 14) condensator(C 5) via weerstand(R 11) worden opgeladen. Omdat condensator(C 2) na ongeveer 10 seconden dusdanig geladen is, zal op pen 2 van poort(IC 2A) een logische "1" staat. Dit logische niveau, zal via de poorten(IC 2D, IC 2C, en IC 2B) worden doorgegeven aan de basis van de Darlington-transistor(T 3). Deze transistor zal op zijn beurt het relais(RE 1) doen omklappen, waardoor de op het aansluitpunt(naar-signaalgever) aangesloten sirene of toeter begint te werken. Omdat het eerder aangegeven relais-contact(11, 12 , 14) van relais(RE 2) omgeschakeld blijft, zal teven de LED gaan oplichten als optische waarschuwing dat het alarm in werking is getreden. Eveneens is de monostabiele multivibrator welke is opgebouwd rond IC 1 en transistor(T 1) van voedingsspanning voorzien. De rond de poorten (IC 2A, IC2D en IC 2C) opgebouwde oscillator schakelt via transistor(T 3) het relais(RE 1) met een ritme van 0,8 Hertz telkens in en uit. In de tussentijd heeft ten tijde van het bekrachtigen zijn van relais(RE 2) condensator(C 2) de kans om op te laden. De laadtijd condensator(C 2) / weerstand(R 9) + instelpot(P 2) bepaalt wanneer de sirene of toeter weer stopt. Via instelpot(P 2) kan men deze tijd instellen op bijvoorbeeld 30 seconden. Na het aflopen van de met instelpot(P 1) ingestelde vertragingstijd van IC 1 gaat transistor(T 1) geleiden, zodat condensator(C 1) zich via weerstand(R 5) kan ontladen. Transistor(T 2) schakelt uit wanneer de spanning over condensator(C 1) tot ongeveer 1 Volt is gedaald. Relais(RE 2) zal nu ook niet meer zijn bekrachtigd en dus omschakelen. De condensatoren(C 5 en C 2) ontladen zich via respectievelijk de weerstanden(R 12 en R 3). Hiermee is de begin-situatie hersteld, en wanneer de deur nog steeds is geopend zal het alarm wederom in werking treden na het verstrijken van de insteltijd. Was de deur inmiddels gesloten, dan is de alarm-installatie automatisch weer op scherp gezet. Wanneer u voor relais(RE 1) een uitvoering met een lage spoelweerstand toepast, moet transistor(T 3) worden vervangen door een zwaardere uitvoering aangaande belasting. De glaszekering(F) kan dan ook worden verzwaard. Omdat bij veel auto's de bedrading van de deurschakelaars keurig in de carosserie is weggewerkt, is het lastig zoeken naar de juiste draden van de deurcontacten. Wellicht is het dan handiger om via het zekeringenkastje van de auto de voeding van de binnenverlichting op te zoeken en kathode van diode(D 3) hierop aan te sluiten. Dit in plaats van de te beveiligen deurcontacten afzonderlijk op de plaats van schakelaar(S 2) aan te sluiten. Voor de duidelijkheid, schakelaar S2 wordt fysiek alleen toegepast tijdens het testen van de schakeling. Wanneer u de schakeling in de auto in gaat bouwen, vervalt schakelaar (S 2) en komen de deurcontacten daarvoor in de plaats. Wanneer u de binnenverlichting draad heeft gelokaliseerd, ontstaat namelijk via de deurcontacten en het lampje een verbinding naar de massa van de auto, en heeft u in 1 klap alle deuren (welke de binnenverlichting laten branden) beveiligd.

0304.png
Klik op afbeelding om hele schakeling te zien .

Klik op de COMPONENT-LIJST knop, voor een componenten overzicht.
De component informatie, is voornamelijk afkomstig uit het leveringsprogramma van Farnell tenzij anders aangegeven.

layout.png
De afbeelding geeft de printplaat weer, gezien bovenop de componenten. De rode lijnen zijn de printbanen welke zich aan de onderkant(soldeerzijde) bij een standaard print bevinden.

Ook staan er één of meerdere BLAUWE printbanen, welke op elk uiteind een lichtgroen vierkant vlak heeft waarna de banen als rode printbanen verdergaan. Dit zijn doorverbindingen welke handmatig op de componentenkant van de printplaat aangebracht moeten worden.

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email versturen aan Finimuis.nl