Schakeling is geplaatst op 9 september 2016

Analoge frequentiemeter met indicatie LED's.

Deze analoge freqentiemeter heeft 6 bereiken welke via een oplichtende LED aangegeven worden. De bereik-omschakeling vindt automatisch plaatst. De bereiken zijn: LED 1 tot 100 Hertz, LED 2 tot 1 KiloHertz, LED 3 tot 10 KiloHertz, LED 4 tot 100 KiloHertz, LED 5 tot 1 MegaHertz, en LED 6 tot 10 MegaHertz. Via IC1, T1, IC2A en omringende componenten, zal het te "meten" ingangssignaal (aan te sluiten op INGANG) op TTL-niveau gebracht zodat het verwerkt kan worden. Dit ingangssignaal komt terecht bij een vijftal tiendelers (IC3, IC4, IC5, IC6, en IC7). Op de uitgang (pin 6) van IC2A of op (pin 11) van één van de tiendelers zal nu een signaal staan tussen 10 Hertz en 100 Hertz (tenminste wanneer er op de INGANG een signaal tussen 10 Hertz tot 10 MegaHertz aanwezig is). Omdat de volle uitslag van de (draaispoel)paneelmeter(M1) 100 Hertz is, hiervoor zijn de omringende componenten van IC8B dusdanig ingesteld. Via IC9 zal worden uitgezocht welke uitgang van een tiendeler de gewenste frequentie geeft. De muliplexer in IC9 geeft om beurten zijn ingangssignaal door aan de uitgang (pin 6). De beurtelings doorschakelen van IC9, wordt gestuurd via IC10, waarbij het muliplexen door zal gaan zo lang er op de uitgang (pin 6) van IC9 een frequentie staat welke hetzij lager is dan 10 Hertz, of hoger is dan 100 Hertz. Wanneer de frequentie onder 10 Hertz komt, is deze te laag om de hertriggerbare monostabiele FlipFlop (IC 8a) voortdurend in een getriggerde toestand te houden. Het gevolg hiervan is dat de oscillator welke is opgebouwd rondom IC2B door zal gaan en de muliplexer(IC9) een stap stap verder doet via (IC10). Wanneer de uitgangsfrequentie van IC9 hoger is dan 100 Hertz zal IC8B voortdurend in getriggerde toestand blijven, waardoor IC8A geen triggerpulsen meer zal ontvangen. De oscillator rondom (IC2B) zal gaan stoppen met als gevolg dat de multiplexer(IC9) op de dan ingenomen positie zal blijven staan. Welke positie dat is, zal worden aangegegeven via het oplichten van één van de 6 LED's. Hierdoor is direct een meetgebied-indicatie bereikt. De (draaispoel)paneelmeter(M1) zal de multiplexer uitgangswaarde aangeven. Samen met de bereik-indicatie kunt u de frequentie van het signaal welke aangesloten is op de INGANG aflezen. De AFREGELING: als eerste zet u de instelpots(P1 en P3) in de middenstand. Instelpot(P2) zet u op zijn maximale waarde en (P4) op zijn minimale waarde. Op het aansluitpunt INGANG zet u een signaal met een frequentie van 100 Hertz en een spanning welke hoger is dan 1 Volt. Instelpot(P3) moet zo worden ingesteld dat het multiplexen (zichtbaar aan het beurtelings oplichten van de LED's) begint. Instelpot(P4) moet zo worden ingesteld dat de LED voor 100 Hertz (LED1) alleen oplicht. Met instelpot(P2) moet nu de (draaispoel)paneelmeter(M1) exact op volle schaal uitslag worden ingesteld. Tenslotte kan via instelpot(P1) worden afgeregeld op maximale gevoeligheid van de schakeling (ongeveer 10 milliVolt) .

0241.png
Klik op afbeelding om gehele schakeling te zien.

Klik op de COMPONENT-LIJST knop, voor een componenten overzicht
De component informatie, is voornamelijk afkomstig uit het leveringsprogramma van Farnell tenzij anders aangegeven.

layout.png
De afbeelding geeft de printplaat weer, gezien bovenop de componenten. De rode lijnen zijn de printbanen welke zich aan de onderkant(soldeerzijde) bij een standaard print bevinden.
Ook staan er één of meerdere BLAUWE printbanen, welke op elk uiteind een lichtgroen vierkant vlak heeft waarna de banen als rode printbanen verdergaan. Dit zijn doorverbindingen welke handmatig op de componentenkant van de printplaat aangebracht moeten worden.


Terug naar index

Terug naar de homepage

Email versturen aan Finimuis.nl