Schakeling is geplaats op 08 augustus 2014

WEERSTANDEN-balans meter.

In het merendeel van de electronische schakelingen, volstaan weerstanden met een 5%-tolerantie. Soms is het nodig om weerstanden met 1%-tolerantie toe te passen. Heel af en toe moeten er dan ook nog twee weerstanden onderling een gelijkheid van binnen 1% bezitten. Voor die laatste categorie, is deze WEERSTAND-balans meter een uitkomst. Deze schakeling maakt het mogelijk om twee test weerstanden(RX en RY) van dezezelfde nominale waarde met elkaar te vergelijken. Het resultaat uit voorgaande vergelijking, is direct in procenten af te lezen via een paneelmeter(M). De stabiliteit en nauwkeurigheid van deze schakeling is beter dan 0,1%. Met deze schakeling kunnen weerstanden met een waarde van 10 Ohm tot en met 10 Mohm onderling vergeleken worden, mits de dissipatie niet overschreden gaat worden. In de praktijk, blijkt dat de minimaal te vergelijken weerstandswaarde voor 1/4- watt uitvoeringen 27 Ohm is. Voor het uitlees-gedeelte kunt u een brede diversiteit van meetinstrumenten gebruiken, denk hierbij aan een universeelmeter, of een micro-Ampére meter met een schaalverdeling van 0-30 of 0-10. In de TABEL 1 welke u onderaan in de componetenlijst kunt vinden, staan een aantal voorbeelden van mogelijke meet-instrumenten en de waarden van bepaalde componenten waardoor het bouwen van deze schakeling geen problemen zal opleveren. De weerstanden(R1,R2 en R3) moeten stabiele metaalfilm of draadgewonden -typen met een 1%-tolerantie zijn. Wanneer u voorstander bent van een Digitale Uitlezing, kunt u de hiervoor benodigde spanning rechtstreeks afnemen van de aansluitpunten(DVM1 en DVM2). LET OP: de digitale uitlezing MOET een zwevende ingang hebben. Wanneer u alleen een Digitale Uitlezing wenst te gebruiken, kunt u de componenten (meter M, dioden D3,D4,D5,D6,D7,D8 en D9, weerstanden(R4,R5 en R6) , transistoren(T1 en T2) en de LED's(LED1 en LED2) laten vervallen. Uitgang(pen 6) van Integrated Circuit(IC1) wordt dan rechtstreeks aan het knooppunt(R3/DVM1) aangesloten. De schaal van de draaispoelmeter(M) wordt twee keer gebruikt; bij een verschil tussen(RX) en (RY) van 1%, zal de meter 1% aanwijzen. Dit is onafhankelijk van de vraag of (RX) = 1,01 (RY) of (RY) = 1,01 (RX). De schaalverdeling van de meter is nu zondermeer bruikbaar, een speciale meter met een 0(nul) in het midden is niet nodig. Om indien u dit wenst, te kunnen zien welke weerstand het grootste is wordt er gebruik gemaakt van een eenvoudige comparator (bestaande uit transistoren(T1 en T2). Deze comparator zal besluiten welke van de twee Light Emitting Dioden(LED 1 of LED2) zal oplichten. De afregeling van dit instrument vergt weinig moeite. Via instelpot(P) vindt de afregeling plaatst. U begint met het in het midden draaien van de instelpot(P). U plaatst tussen de aansluitpunten(RX1/RX2) en (RY1/RY2) een tweetal weerstanden, met een gelijke nominale waarde. U leest de meter(M) af en noteerd de uitlezing. Vervolgens verwisselt u de beide test-weerstanden(RX en RY) van hun plaats, en voert de meting nogmaals uit. Wanneer nu de beide metingen, exact dezelfde uitlezing (afgezien van + of -) geven is de afregeling klaar. Zijn de uitlezingen verschillend dan kunt u instelpot(P) verdraaien, waarna u de beide test nogmaals uitvoert totdat u tot exact dezelfde uitlezing bent gekomen. De werking van de weerstands-vergelijking is gebasseerd op die van de brug, welke wordt gevormd door de beide te testen weerstanden(RX en RY) en de uit de weerstanden(R1 en R2) en instelpot(P) opgebouwde spanningsdeler. Wanneer deze laatste(spanningsdeler) bestaat uit twee precies even grote weerstanden, zal er een brugstroom lopen welke evenredig is met de mate waarin de test weerstanden(RX en RY) afwijken met het gemiddelde van die twee weerstanden. Voor kleine verschillen tussen(RX en RY), is de brugstroom evenredig met de afwijking van de ene weerstand ten opzichte van de andere weerstand. Eindconclusie, met deze schakeling kunt u eventuele kleine afwijkingen in twee gelijk lijkende weerstanden opsporen en voorkomen. De schakeling heeft een voedingspanning van 5 Volt nodig, welke aangesloten moet worden op de aansluitpunten(PLUS en NUL(0)). De hoeveelheid stroom welke de schakeling opneemt is ongeveer 40 milliAmpére.

0224.png
Klik op afbeelding om gehele schakeling te zien.

Klik op de COMPONENT-LIJST knop, voor een componenten overzicht
De component informatie, is voornamelijk afkomstig uit het leveringsprogramma van Farnell (www.farnell.com) tenzij anders aangegeven.

layout.png
De afbeelding geeft de printplaat weer, gezien bovenop de componenten. De rode lijnen zijn de printbanen welke zich aan de onderkant(soldeerzijde) bij een standaard print bevinden.

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster