Schakeling is geplaats op 04 augustus 2014

Effectverlichting, modulair en uitbreidbaar.

OPGELET: op delen van deze schakeling staat de levensgevaarlijke spanning van 220 Volt, Pas op met de bouw en zorg voor een deugdelijke behuizing !!

Vraag de gemiddelde bezoeker van een discotheek, wat naast de uitstekende muziek-keuze van de Deejay het meest opvalt ?. Het antwoord zal gegarandeerd zijn de flitsende en veelkleurig uitgevoerde lichteffecten, om voorgaande te bereiken is de hier geplaatse schakeling ontwikkeld. Voordeel van deze schakeling ten opzichte van de reguliere looplichten / lichtorgels is dat deze schakeling modulair is opgebouwd, waardoor meerdere effect-combinaties mogelijk zijn. Tevens is de schakeling deels eenvoudig uitbreidbaar, door bepaalde module(s) te vermeerderen. Na het vluchtig bekijken van de in (modules)- uitgevoerde schakeling, kan een eerste vraag zijn: waaruit bestaan de mogelijke lichteffecten. Het eeste effect, is het dimmen van een lamp(LA) en/of lichtketen welke aangesloten moet worden op de 220 Volt chassis-connector UIT-220V~. Het tweede effect is het plotsklaps kortstondig laten oplichten van een lamp en/of lichtketen. Het derde effect is een looplicht welke kan bestaan uit maximaal 6 lampen(LA) en/of lichtketens. Het vierde en laatste effect is een geluid-gestuurd lichtorgel(eventueel meerkanaals (hoog, midden, laag), welke de lamp(LA) en/of lichtketen zal aansturen. Wellicht is nu bij u de gebruikte term lamp en/of lichtketen opgevallen. Hierin schuilt een stuk aan te sturen maximaal vermogen, namelijk de gebruikte triac(TRI) is een 8 Ampére uitvoering. Hiermee kan in principe een lamp van 1760 watt worden aangestuurd. De Triac(TRI) zal dan op maximaal presteren ingezet moet worden en omdat een ontstoring van het lichtnet ook zeer wenselijk is, is een vermogensbeperking via de Ontstoor-spoel(L) welke 5 Ampére kan verwerken bereikt. Het maximale vermogen is 1100 Watt. De kans dat u een lamp welke voorgaand vermogen verbruikt in een discotheek gaat gebruiken is klein, dus kunt u gebruik maken van een lichtketen. Denk hierbij aan een 13-tal PAR 38 reflector-lampen van 80 Watt in serie of parallel geschakeld. In serie geeft de hoogste lichtopbrengst, maar heeft als nadeel 1 lamp van de keten defect en de gehele keten blijft donker. Deze modulair opgezette schakeling heeft één onmisbaar gedeelte, namelijk het voedingsdeel(linksboven in de schakeling). Dit voedingsblok heeft ook geen module-letter(X, Y of Z). Stel u heeft enkel en alleen het DIM-effect nodig, dan volstaat het voedingsdeel(ietwat aangepast) en een aangepast gedeelte van module X. De aanpassing van het voedingsdeel omvat, het weglaten van Spanningsregelaar(IC1) en condensator(C1). Voor module X, heeft u enkel een voeding van 18 Volt nodig. Omdat er alleen een DIM-effect nodig is kunt u van module X het aansluitpunt(A), de weerstanden(R5,R6,R10 en R11) en de transistoren(T1 en T2) weglaten. Werking: Unijunction-transistor(T3), potentiometer(P), weerstanden(R7 en R8) en condensator(C4) vormen gezamelijk een zaagtand-spanning-oscillator. Met behulp van de zaagtandspanning, wordt via aanpassingstrafo(TR2) de triac(TRI) ontstoken. Om een goede synchronisatie met het lichtnet te krijgen, zal de oscillator iedere 10 milliSeconde kortstondig uitgeschakeld worden. Dit wordt uitgevoerd via de voedingsspanning, door middel van de weerstanden(R1,R2,R3 en R4) en de transistoren(T4 en T5) welke in de + 18 Volt- lijn zijn opgenomen. De stand van potentiometer(P) bepaald de mate van dimmen, waarbij het bereik van VOLLEDIG GEDOOFD tot MAXIMALE LICHTSTERKTE loopt. Om u een inzicht te geven in de spanningsvormen binnen module X, is dit in een aparte weergave genaamd spanningsvormen (direct onder de schakeling) weergegeven. De in module X omcirkelde getallen(1 t/m 4) corresponderen met de spanningsvorm welke aan de linkerkant is voorzien van eveneens omcirkelde cijfers(1 t/m 4). Wanneer u de uit module X weggelaten componenten(R5,6,10 en11) en (T1 en T2) en aansluitpunt(A) gewoon inzet, is het mogelijk om de lichtsterkte afhankelijk te maken van een variërend gelijkspanningsniveau welke tussen(4...8 Volt) mag liggen. Het effect wat hiermee gemaakt zal worden. is het plotsklaps kortstondig oplichten van de aangesloten lamp en/of lichtketen. Middels een relatief eenvoudige pulsgenerator(NIET OPGENOMEN IN DEZE SCHAKELING), waarbij de Deejay middels een drukknop op het instrumenten paneel voor pulsactivering kan zorgen is dit erg spectaculair uit te voeren. U heeft besloten om het derde-effect, namelijk het looplicht-effect van de schakeling te gebruiken. Een looplicht betaande uit één lamp en/of lichtketen is eigenlijk geen looplicht te noemen. U dient voor een mooi looplicht-effect, meerdere keren module X in te zetten. Module Z dient als voorzet gebruikt te worden. Dit is de meest simpele module, en omvat één Integrated Circuit(IC3). Deze module heeft een zestal te gebruiken uitgangen, welke beschikbaar zijn op de aansluitpunten(Q t/m V). U kunt dus maximaal een 6-kanaal looplicht-effect maken. Ieder van de aansluitpunten(Q t/m V) dient u te verbinden met het aansluitpunt(A) van de bij dat kanaal behorende module X. Voor een 4-kanaals looplicht(aansluitpunten Q t/m T van IC3) gebruikt u dus 4 x een afzonderlijke module X. Indien u module Z als voorzet inzet, dient het voedingsdeel compleet te zijn(IC1 en C1 en alle verbindingen) moeten zijn geplaatst, omdat het Integrated Circuit(IC3) gebruikt maakt van een aparte 10 Volt voedingslijn. Op het aansluitpunt(PULS-IN) dient u een blokvormig-pulssignaal aan te sluiten. Dit puls-signaal zorgt ervoor dat het Integrated Circuit(IC3) clock-pulsen krijgt, waardoor de uitgangen(Q0 t/m Q5) achtereenvolgen doorschuiven naar een HOOG-niveau. Op deze wijze is een constant looplicht gemaakt, waarbij u per kanaal de lichtsterkte kunt aanpassen via de bij dat kanaal behorende potentiometer(P). Als eenvoudige puls-generator kunt u bijvoorbeeld de blokgolf-genrator (schakeling 221) uit de categorie GENERATOR op deze website inzetten. Als laatste het vierde-effect een zogenoemd lichtorgel-effect, hiertoe dient u module Y als voorzet voor model X in te zeten. Standaard wordt er een 1-kanaals lichtorgel-effect toegepast. Indien u deze meerkanaals wenst uit te voeren, dient u per kanaal een module X en een module Y in te zetten. Voor het mooiste resultaat, dienen dan de Hoge, Midden, en LAGE-tonen uit het geluid via aparte frequentie-filters te worden verbonden met de GELUID-IN aansluitpunten van de modules Y. Werking van module Y, het geluidssignaal welke binnenkomt via aansluiting(GELUID-IN) zal via transistor(T6) worden versterkt, en via de dioden(D2 en D3) worden gelijkgericht. Er zal nu over condensator(C10) een ingangssignaal afhankelijke gelijkspanning staan, welke via de transistoren(T7 en T8) beschikbaar komt op het aansluitpun(AA). Wanneer u aansluitpunt(AA) rechtstreeks verbindt met aansluitpunt(A) van module X is hiermee een geluidsgestuurde gelijkspanning beschikbaar voor sturing van de Triac(TRI), waarbij potentiometer(P) de lichtsterkte regelt. Omdat er toch een aardige stroom door de triac(TRI) loopt, is het raadzaam om deze van een koellichaam te voorzien. Vergeet ook niet de aangegeven veiligheidsaspecten, met name wanneer er meerdere modules X worden toegepast.

0220.png
Klik op afbeelding om gehele schakeling te zien.

0220a.png
Spanningsvormen.

OPGELET: op delen van deze schakeling staat de levensgevaarlijke spanning van 220 Volt, Pas op met de bouw en zorg voor een deugdelijke behuizing !!

Klik op de COMPONENT-LIJST knop, voor een componenten overzicht
De component informatie, is voornamelijk afkomstig uit het leveringsprogramma van Farnell (www.farnell.com) tenzij anders aangegeven.

OPGELET: op delen van deze schakeling staat de levensgevaarlijke spanning van 220 Volt, Pas op met de bouw en zorg voor een deugdelijke behuizing !!

layout.png
De afbeelding geeft de printplaat weer, gezien bovenop de componenten. De rode lijnen zijn de printbanen welke zich aan de onderkant(soldeerzijde) bij een standaard print bevinden.

Ook staan er één of meerdere BLAUWE printbanen, welke op elk uiteinde een lichtgroen vierkant vlak heeft waarna de banen als rode printbanen verdergaan. Dit zijn de spannings-koppelingen tussen de diverse modules. U kunt deze verbindingen maken op de wijze (printsporen met draadbruggen en/of losse aansluitdraden) zoals u zelf wenst.

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster