Schakeling is geplaatst op 29 oktober 2013
Digitale Hoofd Oscillator volgens de frequentiedeler-methode.
De opzet van deze Hoofd Oscillator (welke bijvoorbeeld in een orgel kan worden ingebouwd), is de VEREENVOUDIGDE-versie van schakeling 0161 uit deze categorie en omvat ondermeer n Integrated Circuit (Ic4) welke een volledige frequentie-deler omvat. Dit Integrated Circuit is de AY-1-0212 van General Instruments welke in de jaren 70 veelvuldig is toegepast in diverse geluidsgerelateerde schakeling. De "nostalgische"Integrated Circuit is tot op heden ondermeer nog verkrijgbaar via het internet. Om voor een voldoende grote nauwkeurigheid te realiseren zullen delers tussen de 500 en 1000maal toegepast dienen te worden. Via deze delermethode is de nauwkeurigheid van een toon gegerandeerd binnen een afwijking van 0,05%. Er xijn fabrikanten die uit kostenbesparing frequentie-deler Integrated Circuits op de markt brengen, welke een een waarde tussen 200 tot 500maal hebben. Deze delers geven een nauwkeurigheid welke onder de 0,1% ligt. Het AY-1-0212 Integrated Circuit bezit ingangen welke via zenerdioden zijn beschermd tegen overbelasting en statische ladingen. De impedantie van alle uitgangen van het Integrated Circuit bedraagt 3500 Ohm. De opbouw van deze digitale hoofdoscillator maakt gebruik van dezelfde oscillatoren als de schakeling met zeer veel TTL-logica (schakeling 0161). De enige afwijking is de schakeling welke de octaaf-tremolo realiseert. Omdat de noodzakelijke flip-flop niet aanwezig is, maken we gebruik van vier poorten uit een 74HC03N (IC3) Integrated Circuit. Hiermee kunnen we tamelijk eenvoudig een delerflip-flop en de signaalschakelaars realiseren. Een uitgang van de flip-flop (aansluitpunt F) kan worden gebruikt om de oscillator af te regelen op de juiste HF-frequentie. Op dit punt moet deze frequentie 1000120 Hertz bedragen. Bij deze frequentie zullen de tonen van de gelijkzwevende toonschaal optimaal zijn, en een afwijking van 0,07% benaderen. De osscilatorfrequentie zal dan het dubbele bedragen van de HF-frequentie. Wanneer u deze schakeling goed bekijkt, zal het u opvallen dat er uitsluitend NEGATIEVE voedingsspanningen gebruikt worden. Dit is noodzakelijk om een eenvoudige aanpassing van de op TTL-niveau liggende oscillator-signalen op het MOS-deler Integrated Circuit (IC4) te krijgen. Het ingangssignaal van dit deler IC moet zich namelijk bewegen tussen ongeveer 0 Volt voor een logische "1" en -10 Volt voor een logische "0". Via de aanpassingsschakeling rondom transistor(T3) is dit gerealiseerd. Weerstand (R3) welke in het schema en de printlayout LOS is getekend, en aangesloten moet worden op de aansluitpunten (D) en (E)kan eventueel worden vervangen door een potentiometer met een kleine serieweerstand. Bijvoorbeeld een 470 Ohm potentiometer met 470 ohm weerstand in serie. Via deze extra potentiometer, kunt u het bij de oscillator behorende orgel afstemmen op andere instrumenten. Bij parallel schakelen van de potentiometer aan weerstand(R3) kan een nauwkeurige regeling verkregen worden. Aan deze oscillator kunnen eenn aantal effecten toegevoegd worden, welke in het gehele orgel zullen doorwerken. Voor deze effecten zijn de ingangen (A), (B), en (C) beschikbaar. Op ingang (A) kan gelijkspanningsgekoppelde-modulatie worden toegevoerd. Deze modulatie kan bijvoorbeeld via een diode aan deze ingang worden toegevoerd, waarbij de afstemming niet benvloed zal worden. Wanneer u een zaagtandvormige-modulatie hier toepast, verkrijgt u zogenaamde glissando-effecten(het glijden van de tonen). Ingang (B) is bedoeld voor toevoegen van zeer laagfrequente wisselspannings-modulatie. U kunt hierbij denken aan het realiseren van een kathedraal-effect van 0,8 Hertz, waarbij er een imitatie van orgelpijpen zal plaatsvinden. De amplitude van deze modulatie, dient uiteraard vrij klein te zijn, omdat anders het effect van heen en weer zwaaiende tonen zal worden ervaren. Ingang (C) is bedoeld voor het aansluiten van een vibrato-eenheid, hetgeen in deze Hoofd Oscillator standaard is gedaan. De vibrato-eenheid, welke is opgebouwd rondom een tweetal transistoren (T1) en (T2) en een faseverschuivend netwerk omvat. De vibrato-freqentie is via potentiometer(P3) regelbaar tussen 4 en 7 Hertz. Wanneer u het regelgebied wenst te vergroten, is het voldoende om de waarde van de potentiometer(P3) te vergroten, u kunt dan wel tegen het probleem aanlopen dat de versterking van transitor(T2) te laag gaat worden. Om dat op te vangen, dient u condensator(C10) te vergroten naar 1000 µF. De modulatie diepte (FM) is via potentiometer(P2) regelbaar. Via schakelaar (S1) kunt u de standaard aangesloten vibrato-eenheid IN- of UIT-schakelen. Zoals eerder aangegeven is de uitgangsimpedantie van de toonuitgangen (de aansluitpunten waarbij een frequentie aangegeven staat) 3500 Ohm. De blokvormige uitgangsamplitude zal ongeveer -10 Volt bedragen. De specifieke voeding voor deze schakeling is veel minder zwaar dan de voeding van de TTL-logica variant van deze schakeling (schakeling 0161). Omdat de meeste TTL-IC's zijn vervangen door n op MOS-technologie gebasseerd Integrated Circuit (IC4) is een uitgangsstroom van 100 mA voldoende. Aan de stabilisatie van de -5 Volt lijn, worden hoge eisen gesteld, omdat dit deel de voeding van de oscillatoren voor zijn rekening neemt. Om die reden is dezelfde stabilisatie als bij de TTL-uitvoering van deze schakeling toegepaste voeding gebruikt. De TTL-integrated circuits (IC1,2, en 3) worden nu door een NEGATIEVE spanning gevoed, zodat bij deze stabilisatie alle niet-lineaire onderdelen "geinverteerd" zijn. Aan de stabilisatoren voor de -12 Volt en de -27 Volt, worden aanzienlijk lagere eisen gesteld. De weerstanden in serie met de transistoren T5 en T6 beperken de disspensatie van deze transistoren zodanig, dat deze zelfs bij maximale uitgangsstroom niet overdadig warm worden.
0162.png
Klik op afbeelding om gehele schakeling te zien.

Klik op de COMPONENT-LIJST knop, voor een componenten overzicht
De component informatie, is voornamelijk afkomstig uit het leveringsprogramma van Farnell (www.farnell.com) tenzij anders aangegeven.
layout.png
De afbeelding geeft de printplaat weer, gezien bovenop de componenten. De rode lijnen zijn de printbanen welke zich aan de onderkant(soldeerzijde) bij een standaard print bevinden.
Ook staan er een groot aantal BLAUWE printbanen, welke op elk uiteinde een lichtgroene vierkante vlak heeft waarna de banen als rode printbanen verdergaan. Dit zijn doorverbindingen welke handmatig op de componentenkant van de printplaat aangebracht moeten worden.


Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster