Schakeling is geplaatst op 12 maart 2013
AutoDIEFSTAL alarmering.
Bij autodiefstallen zijn twee groepen mensen te onderscheiden. De eerste groep, steelt waardevolle spullen uit een auto. De tweede groep, gaat doortastender te werk en steelt de complete auto. Deze autoDIEFSTAL alarmering signaleert beide zojuist gekenmerkte groepen, waarbij de alarmering in de vorm van het inschakelen van de autoclaxon wordt uitgevoerd. Deze schakeling geeft in principe niet alleen een alarmsignaal nadat een "tijdelijke bestuurder" wil wegrijden na een "valse"-start (via overbrugging van de contacten in het contactslot) maar zal ook in een eerdere fase wanneer namelijk het portier geopend gaat worden om in te stappen en/of spullen te ontvreemden reageren. Het triggeren van deze alarmschakeling geschiedt enige tijd later, nadat er een voldoende grote daling van de accuspanning is opgetreden. Deze daling ontstaat namelijk bij het openen van de portieren van een auto, omdat dan de interieur-verlichting zal gaan branden. Normaliter zal bij een vierdeurs personenauto de interieur-verlichting alleen ontstoken worden bij opening van de voorportieren, in deze situatie is er een 50%-kans dat het alarm niet zal reageren. Om dit op te lossen, is ingrijpen in de bedrading in de auto noodzakelijk, en nemen we deze situatie voor lief. Wanneer uiteindelijk de dief via de achterbank naar voren is geklommen, en de auto wil starten REAGEERT het alarm namelijk wel, omdat dan 100% zeker de accuspanning zal dalen. Om de schakeling in werking (op scherp S1 GESLOTEN) te zetten, dient door de rechtmatige eigenaar een goed verstopte schakelaar(S1) te bedienen. Bedenk welk, dat deze schakelaar dusdanig geplaatst moet worden, dat u zelf bij het openen van het portier deze binnen een bepaalde tijdsperiode kunt bedienen (OPENEN). Bent u hiermee te laat, dan zal ook bij u het alarm actief worden. Werking van de schakeling: na het SLUITEN van schakelaar(S1) komt nadat condensator(C1) opgeladen is op de negatieve(-) ingang van de als comparator geschakelde OpAmp(IC) een spanning te staan welke ongeveer 0,4 Volt (de drempelspanning van de germanium-diode D1) hoger is dan de spanning op de niet-inverterende ingang van het (IC). De uitgang van de comparator(IC) zal vrijwel 0 Volt zijn, waardoor de transistoren (T1, T2 en T4) gesperd staan. Transistor (T3) staat in verzadiging. Bij een plotselinge spanningsdaling van de accu omda de interieur-verlichting gaan branden of de auto gestart gaat worden, zal de spanning over condensator(C1) vrijwel constant blijven omdat diode(D1) onlading van condensator(C1) naar de verlaagde accuspanning zal blokkeren. Tegenovergesteld zal de inverterende ingang van de comparator(IC) vrijwel de volledig spanningsdaling van de accu. Het gevolg hiervan is dat de comparator-uitgang(IC) zal omklappen van LAAG naar HOOG(vrijwel de accuspanning). Transistor(T1) zal nu via de weerstanden(R9 en R13) in verzadiging worden gestuurd en de MIN-ingang van de comparator(IC) heeft nu permanent een lagere spanning dan de PLUS-ingang waardoor de comparator-uitgang(IC) HOOG zal blijven. Deze HOOG-status zal ook zo blijven, wanneer de acuuspanning weer op een normaal-niveau is teruggekomen. Deze vergrendeling zorgt voor het actief blijven van het alarm, ook al dooft de interieur-verlichting en is het contact om te starten verbroken. De enige manier om het alarm STIL te krijgen is het omschakelen van schakelaar(S1) of het volledig leeg raken van de accu. Tenzij u de auto ergens midden in een verlaten weiland parkeert, zal er vast iemand op het alarm reageren VOORDAT de accu helemaal leeg is. De uitgang van de comparator(IC) zal eveneens via weerstand(R10) de condensator(C3) opladen. Wanneer de comparator(IC) omklapt, zal na ongeveer 10 seconden de condensator(C3) zover zijn geladen dat transistor(T2) via weerstand(R8) open gestuurd zal worden. Hierdoor zullen de transistoren(T2 en T4) in verzadiging komen, waardoor transistor(T3) zal gaan sperren. Het relais(RE) welke in de collector-leiding van transistor(T4) opgenomen is zal worden bekrachtigd. Hierdoor zal de bestaande autoclaxon welke via het relais-contact geschakeld wordt geluid gaan produceren. Voor de juiste werking van het alarm is een voorwaarde dat de accuspanning minstens met 0,6 Volt moet dalen om de comparator(IC) te laten omklappen. Wanneer de auto gestart gaat worden, is dit zeker. Bij het inschakelen van de interieurverlichting kan dit anders zijn omdat de spanningsdaling dan sterk afhankelijk is van de toestand van de accu en de weerstand van de in de auto aanwezige bedrading aangaande de interieurverlichting. U kunt op de bedrading ingrijpen door bijvoorbeeld een weerstand in serie met de interieur-verlichting op te nemen, waarbij deze de plaats van potentiometer(P) gaan innemen. De waarde van de weerstand is te berekeken via de formule: R=0,6x accuspanning :(gedeeld door) vermogen van de interieurverlichting. Om ingrijpen in de interieur-verlichting te voorkomen, is er gekozen voor een alternatief, deze bestaat uit potentiometer(P) welke een waarde van 100 tot 470 ohm moet hebben. Via deze potentiometer, is de drempelspanning van de comparator(IC) eenvoudig te verlagen zodat een minder grote spanningsdaling van de accu reeds voldoende is om het alarm te triggeren. U kunt het beste hiermee experimenteren, afhankelijk van de auto waarop het alarm toegepast moet worden. Indien de 10 seconden vertragingstijd, welke via condensator(C3) en weerstand(R10) gerealiseerd is voor u niet afdoende is kan er door het aanpassen van de component-waarden met de vertragingstijd gŽexperimenteerd worden. LET OP!, de condensator(C3) moet LEKVRIJ zijn, vandaar dat er een tantaal-uitvoering gebruikt wordt.
0135.png
Klik op afbeelding om gehele schakeling te zien.

Klik op de COMPONENT-LIJST knop, voor een componenten overzicht
De component informatie, is voornamelijk afkomstig uit het leveringsprogramma van Farnell (www.farnell.com) tenzij anders aangegeven.
layout.png
De afbeelding geeft de printplaat weer, gezien bovenop de componenten. De rode lijnen zijn de printbanen welke zich aan de onderkant(soldeerzijde) bij een standaard print bevinden.
De beide condensatoren (C2 en C3) worden via BLAUWE printbanen verbonden met lichtgroene vierkante vlakken, welke via normale rode printbanen met de layout zijn verbonden. Door deze vlakken loopt een draadje welke de SMD-condensatoren op de componentzijde aansluit op de printbanen aan de layoutzijde. Geheel rechts op de printlayout, staan dikke printsporen (blauw/wit) dit betreft de bestaande bedrading waarmee de externe onderdelen welke zich in de auto bevinden met het Relais(RE) en de printplaat worden verbonden.

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster