Schakeling is geplaatst op 7 februari 2013
Symetrische eindversterker met een vermogen van minimaal 40 Watt.
Deze eindversterker is symetrische en complementair uitgevoerd, waarbij dit op zowel de eindtrap als de voortrappen van toepassing is. De noodzakelijke frequentie-compensatie is dusdanig uitgevoerd, dat er geen TIM (Transient InterModulatie) vervorming optreedt. Voor de stabiliteit van deze versterker is het noodzakelijk dat de open-loop versterking boben een bepaalde frequentie fo daalt met een waarde van 6 decibel per octaaf. Normaliter heeft dit tot gevolg dat de eigenlijke stuurspanning van de versterker boven fo toeneemt met 6 decibel per octaaf. Voor frequenties die VER boven fo komen, kan de stuurspanning dan zo groot worden dat er in de voortrappen het zogenaamde clippen (krakend geluid) zal optreden. In deze schakeling speelt bij de frequentie-correctie de serieschakeling van weerstand(R13) en de uitgangsimpedantie van de voorversterker. De spanning over condensator(C2) is de eigenlijke stuurspanning van de versterker; deze neemt af voor frequenties hoger dan fo. Deze versterker is met zijn theoretische en praktische aspecten UNIVERSEEL van opzet, hier een klein overzicht: 1e, Wanneer u de weerstanden(R6) en (R22) is er sprake van gebalnceerde stroomsturing van de eindtrap. 2e, OPEN-LOOPversterking en DC-instellingen van alle trappen zijn vrijwel onafhankelijk van de voedingspanningen (wel dient u er voor te zorgen dat de zenerdioden(ZD1 en ZD2) ongeveer 10 mAmpére toegevoerd krijgen. Zoals de versterker hier opgezet is, levert deze bij een symetrische voedingsspanning van ± 30 Volt een uitgangsvermogen van minimaal 40 Watt in 8 Ohm. De harmonische vervorming is bij 1 kHertz ongeveer 0,05%. De spanningsversterking is ongeveer 22 maal. Enige constructie details: 1e) De eindtransistoren(T5 en T10) worden op een gezamelijke koelplaat met een maximale thermische weerstand van 2° Celsius/Watt gemonteerd. 2e) Via instelpot(P2) wordt de ruststroom van de eindtrap ingesteld op 25 tot 50 mAmpére. 3e) Via instelpot(p1) wordt de uitgangsspanning van de versterker (op het knooppunt(R11 en R16) zonder aansturing op exact NUL (milliVolt) ingesteld. Gebruik hierbij een universeelmeter, welke een zo laag mogelijk gelijkspanning millivolt-bereik heeft. Wanneer u de meter ompoolt kunt u goed bepalen of de spanning echt NUL is. Het is zeer belangrijk dat u voorgaande meting uitvoert, bij iedere wijziging in de instelling van instelpot(P2). 4e) Voor condensator(C3) MOET een bipolaire kondensator worden genomen en GEEN elko!. 5e) de voedingstransformator en de bruggelijkrichter moeten een gelijkstroombelasting van 2 tot 3 Ampére kunnen verwerken.
OPGELET: op delen van deze schakeling staat de levensgevaarlijke spanning van 220 Volt, Pas op met de bouw en zorg voor een deugdelijke behuizing !!
0123.png
Klik op afbeelding om gehele schakeling te zien.

Klik op de COMPONENT-LIJST knop, voor een componenten overzicht
De component informatie, is voornamelijk afkomstig uit het leveringsprogramma van Farnell (www.farnell.com) tenzij anders aangegeven.
layout.png
De afbeelding geeft de printplaat weer, gezien bovenop de componenten. De rode lijnen zijn de printbanen welke zich aan de onderkant(soldeerzijde) bij een standaard print bevinden.
Ook staan er één of meerdere BLAUWE printbanen, welke op elk uiteinde een lichtgroene vierkante vlak heeft waarna de banen als rode printbanen verdergaan. Dit zijn doorverbindingen welke handmatig op de componentenkant van de printplaat aangebracht moeten worden.
OPGELET: op delen van deze schakeling staat de levensgevaarlijke spanning van 220 Volt, Pas op met de bouw en zorg voor een deugdelijke behuizing !!

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster