Schakeling is geplaatst op 25 juni 2012
Geluiden-generator voor stoomlocomotief.
Deze geluiden-generator zal een toepassing kunnen vinden in de wat grotere HO-modelspoorbaan locomotieven. Omdat de print in de locomotief of nog liever in de kolen-wagon ingebouwd moet worden, zijn ondermeer de weerstanden rechtopstaand gemonteerd. Nadeel van deze methode, is dat de componenten-aanduiding op de printplaat verwarring kan scheppen LET HIER BIJ DE BOUW GOED OP!. Wellicht kunt u het geheel in SMD-techniek / danwel dubbelzijdig uitvoeren, hierdoor nemen de afmetingen van de print af. De geluiden-generator heeft als taak om het geluid van ontsnappend stoop hoorbaar te maken en om de stoomfluit te imiteren. Het laatste kan worden uitgevoerd door schakelaar(S1) te bedienen. Een creatieve hobbyist kan wellicht met een onder de locomotief geplaatste microswitch een automatisch werkende stoomfluit realiseren. Hierbij is bijvoorbeeld een verhoging op een spoorbalk nabij station of overweg een mogelijke bedien-optie van de microwitch. De opbouw van de schakeling is als volgt: rondom zenerdiode(ZD1) is middels het zenereffect een ruisgenerator gebouwd, welke via transistor(T1) en opamp(IC1A) zal worden versterkt. Als modulator is opamp(IC1D) toegepast, welke zorgt voor het karakteristieke stoomlocomotief-ritme. Het modulatie-signaal is afkomstig van opamp(IC1C), welke geschakeld staat als een spanningsgestuurde oscillator. De diepte van de modulatie is instelbaar via instelpot(P1). De instelling van de gelijkspanning van opamp(IC1D) wordt via instelpot(P2) geregeld, u kunt hiermee het uitgangs-ruissignaal asymetrisch laten vastlopen aan de voedingsspanning. Hierdoor kunt u de ruissterkte regelen. Indien de stoomlocomotief stilstaat, is via instelpot(P2) de gewenste ruis voor stilstand-ruis eveneens in te stellen. Wanneer de locomotief rijdt staat er over de LOCOMOTIEF-motor een wissel- of gelijk-spanning, de dioden(D2,D3,D4 en D5) zorgen er voor dat over condensator(C14) steeds een positieve spanning staat. Dit is onafhankelijk van de polariteit van motor-spanning. Via deze methode, komt transistor(T2) in geleiding en zal de modulatie van het ruissignaal starten. De negatieve gelijkrichting welke door Diode(D1) is gerealiseert, zorgt niet alleen voor de juiste modulatie maar ook voor het toenemen van de ruissterkte tijdens het rijden omdat de gelijkspannings-instelling van opamp(IC1D) zal wijzigen omdat condensator(C15) zal ontladen. Indien de locomotief stopt, zal de ruissterkte langzaam afnemen tot het ingestelde stilstaan-niveau. De capaciteit van condensator(C15) is hierop van invloed. De stoomfluit-functie wordt gevormd door opamp(IC1B) met de omringende componenten. Dit gedeelte omvat een LaagFrequent-Oscillator(LFO), welke sinusvormig-signaal zal opwekken. Via condensator(C17) wordt er ietwat ruis aan het opgewekte signaal toegevoegd, waardoor een typisch 'hese'-stoomfluit ontstaat. Zoals eerder aangegeven, is schakelaar(S1) de stoomfluit-bediening. Zowel de opgewekte stoomlocomotief als stoomfluit-geluiden worden aangeboden aan opamp(IC2). De opamp zorgt er voor dat beide signalen op luidspreker-niveau worden gebracht zodat de signalen hoorbaar zijn. De sterkte van de beide signalen alsook het totaal-volume is te wijzigen, door de waarde van weerstand(R12 en/of R14) te veranderen. Indien u de gebruike luidspreker (40mm in doorsnede) niet in 8 Ohm impedantie kunt krijgen, kan een 4 ohm, 16 ohm, of 25 ohm uitvoering ook worden gebruikt. Er is gekozen voor voeding middels drie in serie geschakelde 1,5 Volt normale AA-type batterijen, als extra is een oplossing aangebracht om de voeding via oplaadbare NiCad-batterijen uit te voeren. Het voordeel daarvan is dat wanneer de locomotief aan het rijden is de betterijen opgeladen worden, hiertoe zijn een tweetal extra componenten geplaatst. Het betreft een diode(D6) en een weerstand(R27), deze componenten staan NIET in de componentenlijst maar zijn in de schakeling alsook in het printontwerp WEL gebruikt. Diode D6 zal geen problemen geven, weerstand R27 daarintegen moet een waarde hebben welke zorg draagt voor een maximale laadstroom welke afhankelijk is van de spanning over de motor en de capaciteit van de gebruikte NiCad-batterijen. De laadstroom mag NIET hoger mag zijn dan 10% van de capaciteit van één batterij. Indien u geen oplaadbare batterijen toepast dienen de batterijen op op een goed bereikbare plek in bijvoorbeeld de kolenwagon geplaatst te worden, zodat ze eenvoudig vervangen kunnen worden, indien nodig.
0090.png
Klik op afbeelding om gehele schakeling te zien.

Klik op de COMPONENT-LIJST knop, voor een componenten overzicht
De component informatie, is voornamelijk afkomstig uit het leveringsprogramma van Farnell (www.farnell.com) tenzij anders aangegeven.

layout.png
De afbeelding geeft de printplaat weer, gezien bovenop de componenten. De rode lijnen zijn de printbanen welke zich aan de onderkant(soldeerzijde) bij een standaard print bevinden.
Ook staan er één of meerdere BLAUWE printbanen, welke op elk uiteinde een lichtgroene vierkante vlak heeft waarna de banen als rode printbanen verdergaan. Dit zijn doorverbindingen welke handmatig op de componentenkant van de printplaat aangebracht moeten worden.

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster