Schakeling is geplaatst op 18 april 2012
Modelspoorbaan-voeding (kortsluitvast).
In veel gevallen zullen er op een modelspoorbaan-opstelling meer dan één locomotief tegelijk rijden, de voeding voor zo'n modelspoorbaan moet voldoende stroom kunnen leveren. Een volgende eis aan een modelspoorbaanvoeding is dat de treinen VOORUIT en ACHTERUIT moeten kunnen bewegen, waarvoor dus een Positieve alsmede gelijkwaardige Negatieve spanning noodzakelijk is. Bij veel modelspoorbanen komt het wel voor, dat delen van of zelfs complete treinen ontsporen, waardoor vaak kortsluitingen in de voeding ontstaan. Deze modelspoorbaan-voeding voldoet aan alle eisen en is kortsluitvast uitgevoerd. De draadgewonden potentiometer(P1) is de de snelheidsregelaar gecombineerd met een automatisch omkeerschakeling. Via potentiometer(P1) wordt de gelijkstroom-versterker welke is opgebouwd transistoren ingsesteld op een werkpunt. Afhankelijk van dit werkpunt zal op de uitgang aansluitpunt(RAIL-A) een positieve of negatieve spanning verschijnen, welke tot een belasting van 4 á 5 Ampére constant zal blijven. Wanneer potentiometer(P1) in de middenstand staat, zal de positieve of negatieve uitgangsspanning onder het niveau komen, waarop een locomotief gaat rijden. Door de potentiometer(P1) naar links of rechts te verdraaien, zal de locomotief hetzij vooruit danwel achteruit gaan rijden. De eerder aangegeven constante spanning, ontstaat omdat de begrenzing in werking treedt. Deze begrenzing wordt gevormd door de transistoren(T1 en T2). Wanneer de basis-emitter overgang van één van de begrenzings-transistoren boven 0,6 Volt stijgt, zal de basis-emitter overgang van transistor(T3 of T4) via de begrenzings-transistoren worden kortgesloten. De stuurspanning van de transistoren(T1 en T2) worden veroorzaakt door de uitgangsstroom welke door weerstand(R3 of R4) loopt. Op het moment dat er kortsluiting optreedt, veroorzaakt de begrenzingstransistor(T1 of T2) een extra kortsluiting aan de loper van potentiometer(P1). Om te voorkomen dat de één van de begrenzingstransistoren uit de schakeling zal branden, wanneer de loper van de potentiometer(P1) op het hoogste of laagste-niveau staat zijn de begrenzingsweerstanden(R1 en R2) direct op de potentiometer aangesloten. Deze begrenzingsweerstanden voorkomen dat de positieve of negatieve spanning VOLLEDIG kortgesloten wordt. Om zowel een positieve als negatieve te krijgen, is het van belang dat de schakeling is voorzien van minimaal 2 x 12 Volt vanuit een transformator. De gelijkrichting van beide spanning, vindt plaats via een diode-brug welke uit dioden bestaat welke 8 Ampére stroom kunnen verdragen. De massa van de schakeling is afkomstig van de beide nul-lijnen van elke secundaire transformator-wikkeling omdat deze worden doorverbonden. De in deze schakeling voorgestelde transformator, voorziet in een regelgebied van ongeveer +15 Volt tot -15 Volt. U kunt zonder bezwaar een transformator toepassen, welke hogere secundaire spanningen afgeeft. LET OP: de totale waarde van de gelijkgerichte spanning mag niet hoger dan 50 Volt zijn, en de werkspanning van condensator(C1) moet worden aangepast.
OPGELET: op delen van deze schakeling staat de levensgevaarlijke spanning van 220 Volt, Pas op met de bouw en zorg voor een deugdelijke behuizing !!
0055.png
Klik op afbeelding om gehele schakeling te zien.

Klik op de COMPONENT-LIJST knop, voor een componenten overzicht
De component informatie, is voornamelijk afkomstig uit het leveringsprogramma van Farnell (www.farnell.com) tenzij anders aangegeven.
layout.png
De afbeelding geeft de printplaat weer, gezien bovenop de componenten. De rode lijnen zijn de printbanen welke zich aan de onderkant(soldeerzijde) bij een standaard print bevinden.
Ook staan er één of meerdere BLAUWE printbanen, welke op elk uiteinde een lichtgroene vierkante vlak heeft waarna de banen als rode printbanen verdergaan. Dit zijn doorverbindingen welke handmatig op de componentenkant van de printplaat aangebracht moeten worden.

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster