Schakeling is geplaatst op 15 april 2012
Equalizer met acht toonregelingen voor MONO-audio geluiden.
Deze equalizer kan het via aansluitpunt IN aangeboden audio-signaal enigzins vlakfilteren. Hierbij wordt er gebruikgemaakt van twee groepen bestaande uit elk vier nagenoeg identiek opgezette toonregelingen, welke via een corresponderende potentiometer verschoven kunnen worden. Het te regelen frequentie-bereik loopt in het blok rondom IC1 van 63 Hertz tot 500 Hertz. Het blok rondom IC2 bestrijkt het frequentie-gebied van 1 kiloHertz tot 8 kiloHertz. Zoals zichtbaar in het schema, zijn de potentiometers (P1 t/m P4) en (P5 t/m P8) in twee losse blokken samengevoegd, waarbij er gebruikt is gemaakt van via een letter gecodeerde aansluitpunten. Dit is gedaan om het geheel op een flexibele manier in een behuizing te kunnen plaatsen. De met een letter gecodeerde aansluitpunten, hebben allemaal een overeenkomstig aansluitpunt op de basisprint, deze aansluitpunten zijn gecodeerd met dezelfde letter achter met als extra een accent. Voorbeeld: het aansluitpunt A dient via een afgeschermde kabel met aansluitpunt A' verbonden te worden. De schakeling stuurt het binnenkomende audio signaal via de potentiometers met daaraan gekoppelde filtersecties naar de als cascade ingestelde versterker via transistoren(T2,T3 en T4) en ook de transistoren(T5, T6 en T7). Op deze wijze is een goed compromis gekregen tussen het ruisgedrag van de versterkers en de onderlinge qua frequentie dicht naast elkaar liggende filtersecties, waarbij de OpAmp welke in ieder filtersectie aanwezig is enige gemeenschappelijke componenten voor meerdere seriekringen herbergt. Het uit vier OpAmps bestaande (IC1A t/m IC1D) behoort tot de laagste filtersecties en werkt samen met de eerste casacade-versterker(T2,T3 en T4). De overige vier OpAmps (IC2A t/m IC2D) werken samen met de hoogste filtersecties en de tweede cascade-versterker(T5,T6 en T7). Om de ruisbijdragen van de potentiometers (P1,P2,P3 en P4) laag te houden lopen deze via condensator(C3) en de potentiometers (P5,P6,P7 en P8) via condensator(C7). Via deze condensatoren worden de potentiometers geï van de betreffende basis-emitterspanningen van de transistoren(T2 en T5). De als emittervolger geschakelde transistor(T1) zorgt enerzijds voor een ingangsimpedantie van ongeveer 60 Kohm, en anderzijds is de bronweerstand van de ingangsspanningbron niet van invloed op de filtersecties welke rondom de eerste cascade-versterker gegroepeerd zijn. De OpAmps zijn geschakeld als spanningvolger van de als zelfinductie opgezette filtersecties. De benodigde symetrische voeding van 15 Volt, dient een stroom van ongeveer 25 milliAmpére te moeten kunnen leveren. Voor het beste resultaat, dient de equalizer in of zo dicht mogelijk bij de voorversterker te worden geplaatst. Waarbij het aansluitpunt IN verbonden moet worden met de signaal-keuze-schakelaar van de voorverster en het aansluitpunt UIT met de volume-regelaar. Dit is de beste plek in verband met de signaalruis-verhouding. Wanneer er een oversturing van de ingang (groter dan 2 Volt effectief) plaats kan vinden, verdient het de aanbeveling om een PRESET-instelpot van 100 kOhm aan de ingang van de equalizer te plaatsen. Het massa(symbool) welke nabij de ingang (linksboven) in de schakeling is getekend, komt op de printlayout terug als een aansluitpunt (tussen + en - 15Volt), het beste kan dit massa-aansluitpunt worden verbonden met een verbindingstrip waarop u alle afschermingen van de potentiometer-aansluitkabels kunt monteren. Omdat de fysieke uitvoering van de equalizer enige creativiteit omvat, is voor deze opzet gekozen.
0051.png
Klik op afbeelding om gehele schakeling te zien.

Klik op de COMPONENT-LIJST knop, voor een componenten overzicht
De component informatie, is voornamelijk afkomstig uit het leveringsprogramma van Farnell (www.farnell.com) tenzij anders aangegeven.
layout.png
De afbeelding geeft de printplaat weer, gezien bovenop de componenten. De rode lijnen zijn de printbanen welke zich aan de onderkant(soldeerzijde) bij een standaard print bevinden.
Ook staan er één of meerdere BLAUWE printbanen, welke op elk uiteinde een lichtgroene vierkante vlak heeft waarna de banen als rode printbanen verdergaan. Dit zijn doorverbindingen welke handmatig op de componentenkant van de printplaat aangebracht moeten worden.

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster