Schakeling is geplaatst op 04 april 2012
Pulsgenerator voor puls op TTL-niveau en regelbare puls max.15Volt.
Het timer IC1 is hier geschakeld als atabiele multivibrator. Er worden pulsen afgegeven, waarbij de herhalingstijd bepaald wordt via weerstand R1, potentiometer P1, weerstand R10 en dstappenschakelaar S1. Via de stappenschakelaar kan de gekozen condensator in de lijn opgenomen, waarbij de potentiometer voor de fijnafregeling is. Wanneer stappenschakelaar S4 in de stand INT is geplaatst. zullen de hiervoor ingestelde pulsen worden gebruikt om de tweede timer IC2 welke als monostabiele multivibrator geschakeld staat te triggeren. De pulslengte wordt ingesteld via weerstand R6, potentiometer P2 en de via standenschakelaar S2 gekozen condensator. Het differentiërend netwerk bestaande uit condensator C5 en weerstand R3, dient ervoor om te zorgen dat de pulsen welke aan de ingang van de timer IC2 NOOIT langer kunnen zijn dan de lengte van de gewenste puls. De beide zenerdioden ZD1 en ZD2 zijn geplaatst aan de ingangen van NAND-poort IC3B, om de ongewenste pulsen af te voeren en om de ingangen te beveiligen tegen overbelasting. NAND-poort IC3B is nodig om middels aansluiting GATE via een logische "0" de reeks pulsen te kunnen onderbreken. De aansluiting EXT_trigger, kan worden gebruikt om externe pulsen aan te bieden, hiervoor dient de standenschakelaar S3 dan wel in de stand EXT te worden gezet. De drie overige NAND-poorten van IC3, te weten poort IC3A, IC3C en IC3D kunnen via bediening van schakelaar S3 een éénmalige Puls geven. Om deze pulsmogelijkheid te verwerken, moet standenschakelaar S4 in de stand SS worden gezet. De Hex-inverter poorten van IC4 (IC4A,IC4B,IC4C,IC4D en IC4E vormen de drie uitgangen welke de pulsgenerator heeft. Aansluitpunt UIT-A welke uitgang 1 is, levert pulsen op TTL-niveau. Aansluitpunt UIT-B welke uitgang 2 is, levert de logische complement van uitgang 1 en is ook op TTL-niveau. Aansluitpunt UIT-C welke uitgang 3 is, levert een regelbare (via potentiometer P3) amplitude welke maximaal 15 Volt kan zijn. De schakeling dient van een tweetal voedingspanningen te worden voorzien namelijk: 5 Volt voor de basislogica en 15 Volt voor het regelbare uitgangspuls. Een voeding welke 500 milliAmpére stroom kan leveren, is afdoende. LET OP: de vier 100 nF condensatoren (C1, C2, C3 en C4) dienen zo dicht mogelijk bij de voedingspunten van de IC's aangebracht te worden, om onderlinge storingen te vermijden.
0044.png
Klik op afbeelding om gehele schakeling te zien.

Klik op de COMPONENT-LIJST knop, voor een componenten overzicht
De component informatie, is voornamelijk afkomstig uit het leveringsprogramma van Farnell (www.farnell.com) tenzij anders aangegeven.
layout.png
De afbeelding geeft de printplaat weer, gezien bovenop de componenten. De rode lijnen zijn de printbanen welke zich aan de onderkant(soldeerzijde) bij een standaard print bevinden.
OPMERKING: de condensatoren C15 en C25 zijn SMD-uitvoeringen, welke via draadjes vanaf de componenten-kant door de groene soldeervlakken(nabij het component)lopen om zo met de printspoor-kant te kunnen worden verbonden . Deze verbindingsdraadjes zijn BLAUW weergegeven, eveneens als de aansluitingen van de SMD-componenten.
Ook staan er één of meerdere BLAUWE printbanen, welke op elk uiteinde een lichtgroene vierkante vlak heeft waarna de banen als rode printbanen verdergaan. Dit zijn doorverbindingen welke handmatig op de componentenkant van de printplaat aangebracht moeten worden.

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster