Schakeling is geplaatst op 15 maart 2012
Nagalmeenheid voor gebruik met een Hammond orgel galmveer.
Het blokschema hieronder geeft de de nagalmeenheid weer, waartussen de Hammond Galmveer is geplaatst en deze schakeling in drie delen A,B en C met de galmveer is verbonden.
0029a.png
Klik op afbeelding het gehele blokschema te zien.
Het geluidssignaal komt binnen (witte pijl) op driehoek A welke een voorversterker omvat die nodig is om een relatief universele hoogohmige ingang te verkrijgen, waarbij een behoorlijke ingangsspanningdynamiek bestreken wordt. Het uitgangssignaal van driehoek A gaat enerzijds rechtstreeks naar de signaal uitgang (zwarte pijl) rechts. Tevens gaat dit signaal via weerstand(R1) en potentiometer(P1) naar een stuurtrap welke als driehoek B is voorgesteld. Deze stuurtrap zorgt ervoor dat het signaal wordt aangepast, zodat de fysieke galmveer via een electro-magnetische omzetter (TR1 in verenblok) welke laagohmig (ca. 8ohm) is en een spanning van 1 Veff nodig heeft in werking gesteld kan worden. Aan de andere kant van de galmveer, moet in feite het omgekeerde (mechanische veerspanning omzetten naar electrisch signaal) gebeuren. TR2 in het verenblok geeft een electrisch signaal van ongeveer 2,5 mV, waarbij het noodzakelijk is dit via een versterker (driehoek C) op een goed uitgangssignaal te krijgen. Potentiometer(P1) regelt de nagalmtijd.
Ter Verduidelijking: Een Hammond nagalmveer-unit bestaat in principe uit een metalen behuizing van ongeveer 42 centimeter lengte waarin meestal TWEE soms meer veren zijn geplaatst. De onderkant van de behuizing is open, en vaak voorzien van enige rubberen doppen waarmee de unit vastgezet kan worden aan een orgel. Om eventuele mechanische invloeden te minimaliseren, zijn de eigenlijke galmveren VEREND gemonteerd in de behuizing. Mede hierdoor heeft de wijze van bevestiging geen invloed op de veren. De electro-magnetische delen van de unit, zijn via de connectoren INPUT en OUTPUT beschikbaar. De OUTPUT verbinding MOET via een afgeschermde kabel aangesloten worden op deze NAGALMEENHEID.
BESCHRIJVING VAN HET PRINCIPESCHEMA:De voeding van het geheel(linksbovenaan)is gestabiliseerd, waarbij zenerdiode(ZD) en de super emittervolger(T1/T2) van belang zijn. Deze nagalmeenheid neemt minimaal 200 mAmpére stroom op. (verderop volgt nog een voorbeeld met twee nagalm-eenheden, waarvoor dus minimaal 400 mAmpére nodig is. Via de INGANG komt het signaal van het orgelklavier binnen op de OPAMP(IC1) welke als voorversterker dient. De ingangsimpedantie is vrijwel gelijk aan de parallel waarde van R2 en R3. Deze 75 ohm, is veel lager dan de ingangangsimpedantie van IC1. De maximale spanningsversterking van IC1 is te berekenen volgens de formule P1(maximaal)+R4/R4, in ons geval 470+22/22 = ongeveer 22x. Wanneer instelpot(P1) op de minimale waarde staat dan volgt volgens de berekening een versterking van 0+22/22=1. De uitgangsspanning van IC1 gaat via weerstand(R5) en de combinatie C10,P4 en C11 rechtstreeks naar de uitgang, wat een uitangssignaal ZONDER nagalm geeft. Tevens gaan de uitgangsspanning van IC1 via de combinatie C5,P2,R6,C6 als nagalmspanning naar transistor(T3). Via potentiometer(P1) kan de toevoer van de nagalmspanning geregeld worden, waardoor regeling van NAGALMTIJD een feit is. Transistor T3 is de driver voor de als complementaire eindtrap geschakelde transistoren T4/T5. De spanningsversterking van T3 is ongeveer gelijk aan R9/R11 hetgeen neerkomt op 3. De ruststroom van de complementaire eindtrap moet via instelpot(P3) worden ingesteld op 20 mA. De uitgang van de complementaire eindtrap stuurt de GALMVEER-unit via condensator(C7) rechtstreeks aan, waarbij het punt INPUT aangesloten wordt op de INPUT-connector van de veer-unit. De OUTPUT-connector van de veer-unit wordt via een afgeschermde kabel verbonden met de aansluitpunten MASSA en OUTPUT. Nagalmveren blijken uitstekende antennes te zijn, daarom is een goede hoogfrequent ontkoppeling belangrijk, deze taak neemt het RC-filter bestaande uit weerstand(R20) en condensator(C13) voor hun rekening. Neem voor C13 een inductie-arme Keramische uitvoering. Het uitgangssignaal van de galmveer-unit wordt via condensator(C12) naar het als spanningsversterker geschakelde IC2 gebracht. De spanningsversterking van IC2 is ongeveer R17/R16 wat neerkomt op 180000/470=382,98x. Om ruis over weerstand(R17) te minimaliseren is er een keramische condensator(C14) parallel aan de weerstand geplaatst, welke zorgt voor een afnemende versterking van IC2 boven ongeveer 1500 Hertz. Dit filter levert geen bezwaar op, omdat het nagalm-effect van de galmveren boven de 5 kHertz zowiezo sterk afneemt. Het samenvoegen van van de nagalm en het oorspronkelijke signaal vindt plaats op het knooppunt R18,R19 en C10. Het vaste uitgangsniveau van de nagalmeenheid kan via instelpotmeter(P4) ingesteld worden. Vanwege relatieve hoge versterkingen, dienen de transistoren T2, T4 en T5 te worden voorzien van een bijbehorende koelster. THERMISCHE BEVEILIGING: soms ontstaat na het inbouwen van deze eenheid in een bestaand orgel een te hoge omgevingstemperatuur, waardoor de ruststroom-waarden van T4/T5 dicht bij een klasse A-instelling komen te liggen. Om dit te vermijden is er een NTC in de eindtrap aangebracht. Wanneer de NTC niet is voorzien van een isolerend kontactvlak, moet tussen deze temperatuur gevoelige weerstand en de koelribben van transistor(T4 en T5) een MICA-isolatieplaatje gelijmd worden. Op deze wijze is een goede omgevingstemperatuur-detectie gewaarborgd. AFREGELING van de eenheid is als volgt: voordat de voedingstrafo ingeschakeld wordt, moet instelpot(P3) zo worden ingesteld dat de weerstand minimaal is. Neem nu één kan van weerstand(R12 of R13) los, en plaats een GELIJKSTROOM-meter tussen de losse kant van de weerstand en de printplaat. De voeding kan nu ingeschakeld worden, waarbij instelpot(P3) dusdanig wordt afgeregeld dat er 20mA door de gelijkstroom-meter aangegeven wordt. Indien dit oke is, kan de weerstand weer worden vastgesoldeerd aan de print.
0029.png
Klik op afbeelding om gehele schakeling te zien.
OPGELET: op delen van deze schakeling staat de levensgevaarlijke spanning van 220 Volt, Pas op met de bouw en zorg voor een deugdelijke behuizing !!

Het blokschema hieronder geeft de nagalmeenheid weer, waarbij deze gebruikt wordt tussen een microfoon met voorversterker(driehoek A) het signaal waaraan nagalm is toegevoegd gaat dan via een volumepotentiometer(PX) en koppelcondensator(CX) naar een eindversterker(driehoek D) waaraan een luidspreker is gekoppeld. Op deze wijze kunt u nagalm op een microfoonsignaal zetten. Ook hier is de netvoeding geïntegreerd in de nagalmeenheid.
0029b.png
Klik op afbeelding het gehele blokschema te zien.
Het blokschema hieronder geeft TWEE maal een nagalmeenheid weer, waarbij er in een orgel twee klavieren gebruikt worden. Het blok A en B stellen de verschillende klavieren voor, hierna volgen twee nagenoeg identieke nagalmeenheden + galmveren. Het verschil tussen de nagalmeenheden zit in het feit dat u in plaats van iedere eenheid te voorzien van een 12 Volt 200 mA vioeding, er ook eentje van 400 mA gebruikt kan worden. Blok E is het regelgedeelte voor de twee afzonderlijk te regelen nagalmen.
0029c.png
Klik op afbeelding het gehele blokschema te zien.
Klik op de COMPONENT-LIJST knop, voor een componenten overzicht
De component informatie, is voornamelijk afkomstig uit het leveringsprogramma van Farnell (www.farnell.com) tenzij anders aangegeven.

layout.png
De afbeelding geeft de printplaat weer, gezien bovenop de componenten. De rode lijnen zijn de printbanen welke zich aan de onderkant(soldeerzijde) bij een standaard print bevinden.

Terug naar index

Terug naar de homepage

Email deWebmaster